Minister Hennis bezoekt de training van de Libische Kustwacht

Een paar jaar geleden waagden vooral Syriërs zich op wrakke boten op de Middellandse Zee. Ze probeerden Europa te bereiken, maar velen redden het niet en verdronken. Tegenwoordig zijn het vooral Afrikanen die via Libië naar Europa willen. Van hen kwamen er in de eerste helft van dit jaar al meer dan 2700 op zee om.

Daarom gaat de EU de Libische Kustwacht trainen, in de hoop dat die de vluchtelingen tegenhoudt voordat zij aan hun oversteek beginnen. Vrijdag was de eerste training op een Nederlands schip in de buurt van Malta. Minister Hennis ging er gisteren kijken, en verslaggever Jeroen van Dommelen reisde met haar mee.

Levensbelang

“Op de grond! Benen bij elkaar! Armen gespreid!” Hij schreeuwt naar zijn cursisten, die behoorlijk geïntimideerd toekijken. Een enorme zonnebril op zijn kale hoofd, en de breedste schouders van het hele schip. Hij is Grieks. Hij heet Alexander. En ja, sla dat grapje over Alexander de Grote maar over.

Hij neemt een van de cursisten in de houdgreep, en laat meteen zien hoe je iemand op de juiste manier fouilleert. “Ook bij vluchtelingen moet je zeker weten dat ze geen wapens onder hun kleren hebben, voordat je ze op je schip toelaat. Dat is van levensbelang!”

Aan de andere kant van het dek zijn de Duitsers aan het werk. Vandaag gaat de cursus over brand blussen. De instructeur laat zien hoe je een brandblusser op een beste manier kan hanteren. “Let erop dat je voldoende afstand houdt. Twee meter, niet minder.”

Op de Middellandse Zee, ergens tussen Malta en Libië, lijkt de vluchtelingencrisis ineens ver weg. Een cursus brand blussen? Waarom zou Europa de Libiërs daarmee moeten helpen?

Het Nederlandse trainingsschip vaart in het gebied tussen Libië en Malta Ministerie van Defensie

Maar het moet toch, zegt minister Hennis. Ze is net met een helikopter geland op het achterdek, om te kijken hoe de eerste lichting cursisten zich houdt. “Ik heb gezien dat het niveau van de Libiërs enorm uiteenloopt. Maar we hebben er groot belang bij dat we de Libische Kustwacht ondersteunen. Ze moeten uiteindelijk zelf verantwoordelijk worden voor hun deel van de zee. Daar hebben we als Europa heel veel baat bij.”

Afgelopen weekend begonnen de trainingen aan boord van Zr. Ms. Rotterdam. Nederland is gastheer, de bemanning van de Rotterdam zorgt voor eten en onderdak. Andere Europese landen leveren de trainers. Dus aan boord zitten de komende twee maanden Britten, Grieken, Duitsers en Nederlanders door elkaar. Plus iets meer dan 80 Libische cursisten.

Goede sfeer

De Nederlandse commandant van de Rotterdam heeft ervoor gezorgd dat alle Libische cursisten gescreend zijn. “Stel dat er iemand tussen zit met verkeerde bedoelingen. Daar waren we vooral de eerste dagen alert op. Maar het gaat eigenlijk heel erg goed.”

Hij probeert een goede sfeer aan boord te kweken. “80 man extra aan boord, dat is voor iedereen wennen. Ze hebben hun eigen deel van het schip. Natuurlijk zijn er culturele verschillen, maar die lossen we op. We hebben een imam mee, en een cultureel adviseur. Ik moet zeggen, tot nu toe zijn de Libiërs heel enthousiast en leergierig.”

Praktische problemen zijn er natuurlijk wel. “Je weet natuurlijk weinig van elkaar. Ik wist bijvoorbeeld niet zeker of de mensen van de Libische Kustwacht eigenlijk wel konden zwemmen. Dat zit niet echt in de Arabische cultuur. Dat hebben we dus maar even gecheckt.”

De minister moet intussen weer naar Nederland. Ze gebruikt een tussenstop op Malta om nog even te overleggen met haar Maltese ambtsgenoot. “Misschien kunnen we op den duur de trainingen hier op Malta gaan geven. Of in Libië zelf.” 

STER reclame