Odyssee, Fernweh: Jan Cremers ode aan de vulkanen vader en moeder

Jan Cremer met zijn nieuwe boek Odyssee, Fernweh Jeroen Wielaert / NOS
Geschreven door
Jeroen Wielaert
Verslaggever

Hij was avonturier, schrijver, fotograaf, verzamelaar, vrijbuiter, charmeur en hartenbreker. Dat laatste deed de oude Jan Cremer ook zijn vrouw Rózsa aan. Hij had haar als jonge studente uit het mondaine Boedapest naar het kleinburgerlijke Enschede gelokt. Ze scheelden zo'n veertig jaar. 

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog kregen ze hun zoon Jan. Die zou grote ophef maken als kunstschilder en schrijver van een berucht egodocument: Ik Jan Cremer (1964). In zijn nieuwe boek Odyssee, Fernweh gaat hij dieper in op de historische achtergronden van zijn ouders.

De fans van Cremers werk hebben al genoeg over zijn vader en moeder gelezen. Ze kennen de verhalen van zijn vader die verre reizen maakte, per boot, per trein en op de fiets. Ze weten dat hij het alleen met zijn uit Hongarije afkomstige moeder moeilijk had tijdens en na de oorlog. 

Ze hebben genoten van zijn diepe afkeer jegens de kleinburgers en de textielbaronnen in geboorteplaats Enschede. Dat allemaal van Cremer, de barbaarse schilder, de rebelse schrijver en vrouwenverslinder, nu een gewaardeerde celebrity, al tijden samen met zijn blonde Babette.

Hij had nog wat achterstallig werk: het uitpluizen van de nagelaten correspondentie van zijn vader en de koffer met de aantekeningen van zijn moeder. Toen kwamen de ontdekkingen en inzichten over de hoogten en diepten van vrijheidsdrift, seksuele ijver, liefde, haat, adeldom, burgerlijkheid en oorlog.

Jan Cremer in 1964 ANP

Het is curieus om van de zoon te lezen over de 'onverbiddelijke bestseller' die zijn vader zelf geschreven moet hebben (met een knipoog naar die ronkende marketingterm voor Ik Jan Cremer). Cremer senior had vroeg in de oorlog een felrealistische roman klaar die een totale afrekening was met de Enschedese textieladel. Hij stierf eind 1942.

Het manuscript heeft tientallen jaren verborgen gelegen in een kledingkast, bijna 200 bladzijden dun doorslagpapier, gebonden in een harde lichtgrijze kaft, met een ossenbloedkleurige leren rug. Het raakte zoek, of is zoek gemaakt. 

Cremer junior schrijft: "Een bijna onverteerbare, niet te verkroppen teleurstelling, een nimmer tanende onvrede, is dat ik dit manuscript in handen heb gehad. Ik wilde het hebben coûte que coûte. Het kwam mij toe. Zodra ik erover begon, werd het door mijn moeder abrupt afgewezen. Toen was het weg, voorgoed verdwenen".

Deze verdwijning moet menige Enschedese textielprominent veel schande hebben bespaard. De stad zelf komt er in de nieuwe uitgave ook pover af. Voor Rózsa Szomorkay Csordas was het een groot verschil: dat povere industriestadje waar ze heen gelokt was door die oude versierder haalde het totaal niet in vergelijking met haar weelderige Boedapest. Daar zat haar diepste pijn als kind van oude Hongaarse adel (een van de ontdekkingen van haar zoon).

Voelt hij nu de eenzaamheid opkruipen, de ouderdom naderen, treurt hij om een niet voltooide liefde.

Jan Cremer over zijn vader

Cremer junior wist al veel langer dat de appel niet ver van de boom viel. Nu schrijft hij: "Ik wist dat mijn vader in het web van Fernweh gevangen zat. Een gevoel dat hem steeds verder van huis dreef en de wereld in joeg." 

Vol eerbiedig vuur gaat hij voort over zijn schepper "die door vele landen en over zeeën is getrokken, door een wereld van verloren landschappen, die onderweg van vele liefdes heeft genoten en over en weer trouw heeft gezworen, door gloeiende woestijnen en schroeiende steppen, door diepe wouden en over hoge bergpassen, door sawa’s, rimboe en jungle trok…"

Typisch Cremer: erfelijke onrust, vervat in ronkende reisbeschrijvingen. Odyssee is wel veel ingetogener dan de boeken die ooit zoveel ophef veroorzaakten. Zonder dat hij er helemaal achterkomt vraagt de zoon zich af wat zijn vader op het laatst bedrukte. "Voelt hij nu de eenzaamheid opkruipen, de ouderdom naderen, treurt hij om een niet voltooide liefde. Zoekt hij als een hond een mand. Was zijn Fernweh als een kameleon veranderd in Heimweh?"

Met lede ogen moet ze hebben toegezien hoe ik van de straat mijn wereld maakte.

Jan Cremer over zijn moeder

Na alles over zijn vader gaat het verder diepgaand over zijn moeder. De ooit zo ravissant mooie jonge meid die stevig verbitterde in Enschede, haar man liet verdwijnen door zijn foto's weg te doen en ook de naam Cremer niet meer wilde horen. Haar hele leven was een capitulatie: voor haar man, voor Duitsers, voor ambtenaren, voor communisten.

Als opvoedster bleef ze overeind, een stoere Hongaarse. Cremer schrijft: "Het liefst had ze mij zo dicht mogelijk bij zich gehouden. Met lede ogen moet ze hebben toegezien hoe ik van de straat mijn wereld maakte. Maar het kon niet anders. Dat ze mij vanaf mijn jongste jaren de opdracht gaf: "Zodra je kunt, ga je hier weg, de wijde wereld in en kom hier nóóit meer terug!" moet ze gezien hebben als mijn redding. Zelf had ze verloren".

Odyssee leest als een ode aan twee volkomen verschillende ouders die een fenomeen hebben verwekt met alles wat hen eigen was. Jan Cremer geeft het gniffelend toe aan de Amsterdamse Keizersgracht waar hij met al zijn oude onrust kalmte blijft vinden bij Babette.

"Ik werd geboren tussen twee vulkanen. Die botsten meteen met elkaar. Door die botsing ben ik als een spiraal de wereld ingeschoten. Vandaar die onrust die ik nog steeds heb. Ik ben goddomme 76 jaar. Ik ben nog steeds altijd weg. Dit boek Odyssee, Fernweh gaat over het fundament Jan Cremer. Het is een vierluik. Ik heb nog veel op stapel staan om weer aan het werk te gaan. Vol goede moed en elan ben ik weer aan het werk.’

Als eeuwige rebel is Jan Cremer een vlijtige zoon gebleven. Met Odyssee is hij thuisgekomen.