'Politiecontroles van allochtonen zijn vaak onterecht'

time icon Aangepast
ANP
Geschreven door
Remco Andringa
Redacteur politie en justitie

Allochtonen worden vaak ten onrechte staande gehouden door de politie. Veertig procent van de controles die agenten doen omdat ze criminaliteit vermoeden, valt niet te rechtvaardigen.

Dat blijkt uit een rapport dat vandaag verschijnt, gemaakt in opdracht van onderzoeksprogramma Politie & Wetenschap. Het onderzoek is gericht op proactief politieoptreden, waarbij agenten zelf selecteren wie ze langs de kant zetten voor een controle.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'Politie onderschat het effect van onterechte aanhouding'

Een op de drie onderzochte controles blijkt gebaseerd op een vermoeden van de agent dat er iets aan de hand is. Daarbij kan opvallend gedrag een rol spelen, maar ook iemands uiterlijk of zijn auto.

Bij ruim de helft van deze controles ging het om allochtonen. Etnische minderheden zijn daarmee oververtegenwoordigd ten opzichte van hun aandeel in de bevolking, constateren de onderzoekers. Volgens hen waren de politiecontroles ook niet altijd terecht.

De belangrijkste constateringen:

Twee derde van de staandehoudingen vond plaats omdat de politie iets zag dat niet mocht, bijvoorbeeld fietsen zonder licht. Dat was de aanleiding om iemand verder te controleren.

In een derde van de gevallen vond de politie het zelf nodig om iemand staande te houden omdat agenten vermoedden dat er iets aan de hand was. Dat kan zijn op basis van gedrag (iemand die snel de andere kant op loopt bijvoorbeeld) of op basis van uiterlijke kenmerken (zoals een jonge bestuurder in een dure auto).

Ruim de helft van de mensen die staande werden gehouden was allochtoon. In 60 procent van de gevallen was de controle te rechtvaardigen, omdat er bijvoorbeeld sprake was van gedrag dat past bij het plegen van een bepaald delict. In 40 procent van de gevallen was de controle achteraf niet terecht. Overigens zijn ook niet alle controles van autochtone burgers te rechtvaardigen, benadrukken de onderzoekers. 

Dat juist allochtonen vaker worden gecontroleerd is riskant, zegt onderzoeker Wouter Landman. "Zij voelen zich gediscrimineerd, wat zorgt voor toenemende verwijdering tussen etnische minderheden en de politie."

De afgelopen maanden laaide de discussie over etnisch profileren weer op na de staandehoudingen van rapper Typhoon en keeper Kenneth Vermeer. De politie zou huidskleur of afkomst laten meewegen bij de keuze of iemand gecontroleerd moet worden. Uit het vandaag gepubliceerde onderzoek blijkt dat dit inderdaad gebeurt, al valt niet te zeggen op welke schaal precies. Van bewuste discriminatie is volgens de onderzoekers geen sprake.

Wel spelen stereotypen een belangrijke rol binnen de politie. Volgens de onderzoekers bestaat onder agenten een beeld van "de gemiddelde boef". Ze slaan vooral aan op jonge mannen uit lagere sociale milieus, waarbij ook afkomst een rol kan spelen. Onderling wordt gesproken over "Antillianen", "Marokkanen", "zigeuners" of "Oostblokkers", maar ook over "kampers" en "aso's".

Een folder van Amnesty International Amnesty.nl

Met deze stereotypen in het achterhoofd gaan agenten op zoek naar criminelen. Volgens Landman overschatten ze daarbij hun eigen intuïtie. "Agenten vinden iemand snel verdacht. Ze gaan ervan uit dat er met zeven van de tien mensen die ze controleren wel iets aan de hand is. In de praktijk bleek juist het tegenovergestelde: 7 van de 10 controles leverden niets concreets op." 

Maar is het niet logisch dat de politie zich tijdens controles richt op bijvoorbeeld jongeren van Antilliaanse of Marokkaanse afkomst? Uit onderzoek blijkt dat hun aandeel in de straatcriminaliteit verhoudingsgewijs hoog is. Cijfers van het CBS wijzen uit dat allochtonen vorig jaar bijna drie keer zo vaak werden verdacht van een misdrijf als autochtonen.

Volgens de onderzoekers is het voorstelbaar dat agenten zulke gegevens mee laten wegen tijdens hun werk. Landman: "Toch is het heel lastig om eenduidige uitspraken te doen over hoe vaak etnische minderheden betrokken zijn bij criminaliteit. Het doet ook geen recht aan de onschuldige mensen die hinder ervaren omdat ze keer op keer gecontroleerd worden." 

Mogen de controles wel?

Volgens de onderzoekers waren de controles achteraf niet altijd terecht, maar meestal wel rechtmatig. Dat betekent dat de politie bevoegd was om een bepaalde controle uit te voeren.

Dat ze veel uit eigen beweging controleren, is volgens Landman niet zo gek. "Politiemensen gaan de straat op om boeven te vangen. Dat wordt van hen verwacht. En dus gaan ze zelf dingen selecteren die ze interessant vinden."

Agenten worden expliciet aangemoedigd om op deze manier te werken. Hun bevoegdheden zijn verruimd en ze moeten actief op zoek naar criminelen, bijvoorbeeld tijdens 'patsercontroles'. Profileren is in die werkwijze essentieel. "De discussie over etnisch profileren zorgt dan ook voor verwarring bij agenten. Zij hebben het gevoel dat ze doen wat van hen gevraagd wordt en vervolgens komt daar ineens kritiek op." 

Volgens de onderzoekers zijn agenten zich te weinig bewust van de impact van een controle. Als de politie te maken denkt te hebben met een crimineel, stellen ze vaak indringende vragen zonder te vertellen waarom iemand langs de kant is gezet. In sommige situaties zagen de onderzoekers "een bepaalde mate van vijandigheid" richting de politie. Het gevolg: agenten treden nog autoritairder op, wat het beeld van discriminatie alleen maar bevestigt. "Een vicieuze cirkel", volgens Landman.

Hij pleit ervoor dat de politie minder onnodige controles uitvoert. "Dat voorkomt dat mensen zich gaan afzetten tegen de politie. De lat om iemand te controleren, moet hoger komen te liggen."

Over het onderzoek:

De onderzoekers liepen een half jaar lang mee met vier politieteams. Ze keken specifiek naar het 'proactief optreden' van de agenten; controles waarbij agenten op eigen initiatief iemand staande houden, bijvoorbeeld omdat ze verdacht gedrag zien. De onderzoekers legden in 272 situaties vast op basis waarvan de agenten iemand selecteerden. Dit leidde tot 174 daadwerkelijke controles. De onderzoekers keken hoe agenten zich tijdens deze controles opstelden en wat ze uiteindelijk opleverden. Het rapport is opgesteld door onderzoeks- en adviesbureau Twynstra Gudde, in opdracht van onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap.

STER Reclame