Centralisatieplannen verdelen judowereld

Wie gaan er in 2020 op de Olympische Spelen de medailles halen voor het Nederlandse judo? Dat is de vraag nu de verplichte centralisatie van de judotrainingen op Papendal nog steeds voor controverse zorgt. De helft van het aantal potentiële kanshebbers voor de volgende olympische cyclus heeft grote zorgen over de ingezette koers en overweegt Papendal te boycotten.

Zoals Juul Franssen, beoogd opvolgster van Anicka van Emden in de categorie tot 63 kilogram. Zij wil graag met haar trainers Mark van der Ham en Hans Kroon blijven werken, maar dat kan niet op Papendal. "Ik moet nu stappen maken, ik moet nu vooruit. Ik zou moeten stoppen met mijn studie, ik kan niet verder met mijn trainers. Dat leidt niet tot een beter programma voor mij. Kennelijk hebben de judobond en ik niet dezelfde visie."

Slechte internationale resultaten

Sinds begin september trainen zo'n vijftig jonge talentvolle judoka's op Papendal. Nog niet in de nieuwe dojo - daar liggen alleen nog maar de fundamenten van -, maar op een tijdelijke trainingslocatie. De centralisatie is ingegeven door de slechte internationale resultaten van de afgelopen jaren. Bij de laatste twee WK's en de laatste Olympische Spelen in Rio de Janeiro werden slechts drie bronzen medailles behaald, door Sanne Verhagen, Marhinde Verkerk en Anicka van Emden.

Voorheen trainden de toppers bij een beperkt aantal clubs verdeeld over het land. Volgens Henry Bonnes, directeur topsport van de judobond, werkt dat model niet meer. "De conclusie is dat we mondiaal afhaken voor de podiumplekken. Het moet dus anders. Ik zeg niet dat dit de oplossing is, maar het verdient een kans", zegt Bonnes.

Ik bouw mijn leven om de sport, niet andersom.

Frank de Wit vindt het geen probleem om op Papendal te gaan trainen

Al vanaf het begin zorgden de centralisatieplannen voor ophef. Judoka's hebben over het algemeen hun piek als ze halverwege de twintig, begin dertig zijn. Van judo kan je niet leven, toppers van nu werken ernaast of volgen een studie. Zij zaten niet te wachten op een verplichte verhuizing naar Arnhem.

Voor een aantal judoka's die nog in Rio meededen, maar waarschijnlijk niet doorgaan tot de Spelen van Tokio is een oplossing gevonden. Zij hoeven zich slechts twee keer per week te melden voor een training op Papendal. Het gaat om Jeroen Mooren, Dex Elmont, Henk Grol, Anicka van Emden en Marhinde Verkerk .

Stoppen als de situatie niet verbetert?

Drie kanshebbers voor 2020 zijn wel naar Papendal gegaan: Guusje Steenhuis, Michael Korrel en Frank de Wit. Die laatste was met zijn twintig jaar de jongste Nederlandse judoka op de Olympische Spelen. Hij is voorstander van de nieuwe manier van trainen: "Ook ik moest dingen veranderen. Maar ik bouw mijn leven om de sport, niet andersom. Als anderen dat anders doen, dan vraag ik me af of ze wel volledig voor topsport gaan."

De judobond voert de komende maand gesprekken met de zes andere judoka's die nog niet gekozen hebben voor Papendal. Het gaat om Kim Polling, Juul Franssen, Sanne Verhagen, Tesssie Savelkous, Noël van 't End en Roy Meyer.

Meyer overweegt zelfs te stoppen met judo als de situatie niet verbetert: "Ik ga daarheen met een heleboel reserves. Ik ben klaar voor een volgende cyclus, maar dan moet de judobond nadenken over wat ze met ons willen. Voor de jeugd is Papendal best goed, voor de huidige toppers is het pijnlijk."

Polling en Van 't End naar buitenland?

De judobond speelt het hard, niet naar Papendal gaan betekent vanaf volgend jaar niet meer uitgezonden worden naar internationale toernooien. Bonnes verwacht dat de meeste judoka's alsnog eieren voor hun geld kiezen: "Ik snap best dat deze groep toppers in een overgangssituatie terecht komt die voor een individu niet prettig is. Maar ze kiezen voor topsport. We hebben een gezamenlijk doel en dat zijn medailles in Tokio."

Er is zelfs een tweetal judoka's dat overweegt te emigreren. Noël van 't End heeft een vriendin in Parijs en Kim Polling een relatie met een Italiaanse judoka. Mogen ze dan nog voor Nederland uitkomen? Bonnes: "Wij willen toppers behouden voor Nederland. Dit is een situatie die individueel besproken moet worden."

Twee buitenlandse trainers

Voor het eind van het jaar moet duidelijk worden hoe het nu verder gaat met alle judoka's. De judobond erkent dat de Spelen van 2020 nog te vroeg komen om al effect van het trainen op Papendal te kunnen meten. Het vizier is gericht op de 2024 en de judoka's die dan hoge ogen moeten gooien.

De trainersstaf op Papendal wordt vanaf januari uitgebreid met twee buitenlandse trainers. Door alle onrust heeft de sportersvakbond NLsporter inmiddels een e-mail gestuurd naar de judobond om haar zorgen te uiten over de gang van zaken. 

STER reclame