Foto's van, volgens McCartney, de bemanningsleden met geplunderde voorwerpen
NOS NieuwsAangepast

'Schandaal als klopt dat Nederlanders oorlogswrak plunderden'

Een Nederlands bergingsbedrijf wordt beschuldigd van het plunderen van een Brits oorlogsschip dat een eeuw geleden zonk in de Noordzee. "Als het klopt, is het een schandaal", zegt archeoloog Wouter Waldus van ADC Maritiem.

"Dit is een oorlogsgraf van ruim 1200 mensen die op een cruciaal punt in de geschiedenis hun leven hebben gegeven voor een hoger doel", zegt Waldus in het NOS Radio 1 Journaal.

Het gaat om de HMS Queen Mary. Het oorlogsschip werd tijdens de Zeeslag om Jutland in 1916 tot zinken gebracht door de Duitse marine. Het wrak ligt op de bodem van de Noordzee, ergens tussen Schotland en Noorwegen.

HMS Queen Mary op zee

De Britse onderwaterarcheoloog Innes McCartney zegt dat de bemanning van het Terschellingse bergingsschip Good Hope het wrak heeft geplunderd voor winst.

Verschillende onderdelen zouden zijn opgevist, zoals het wapen van de Queen Mary. "Op foto's is duidelijk te zien dat Friendship Offshore (de eigenaar van Good Hope) verantwoordelijk is voor een deel van de plunderingen", zegt McCartney. De foto's zijn volgens hem aan boord van het bergingsschip genomen.

De beschuldigde bemanningsleden

De woordvoerder van Friendship Offshore was niet bereikbaar voor commentaar. In een reactie aan De Telegraaf zegt het bedrijf dat het wel in de buurt van de Queen Mary is geweest, maar verder wil de woordvoerder niet ingaan op de zaak.

'Wat moois scoren'

"Ik heb de indruk dat het gaat om een paar duikacties waarbij spullen zijn meegenomen", zegt Waldus. "Een typisch voorbeeld van gebrek aan historisch bewustzijn. Gewoon plunderen om op de korte termijn wat moois te scoren en eraan te verdienen."

De historische voorwerpen zouden per stuk tienduizenden euro's waard zijn. Ze zijn erg gewild bij verzamelaars en daarom is plundering een wereldwijd probleem.

Gezonken oorlogsschepen zijn volgens Waldus wel beschermd in het zogenoemde zeerecht. "De duikers zullen dat wel geweten hebben", zegt Waldus. "Als de bewijzen kloppen is het dus strafbaar."

Vermoedelijke boiler van het schip, aan wal in Harlingen

McCartney eist van de Nederlandse overheid dan ook actie tegen Friendship Offshore. Volgens hem zijn de gestolen spullen in Harlingen aan wal gebracht. Op de bovenstaande foto is volgens de onderwaterarcheoloog de boiler van de Queen Mary te zien die wordt uitgeladen.

Schepen in de gaten houden

Waldus vindt ook dat iets gedaan moet worden tegen de vele plunderingen van onderwatermonumenten. Hij stelt voor dat schepen gecontroleerd worden met een zender. Als ze te dicht in de buurt komen van een historisch zeegraf, moet er actie volgen.

"Het kost veel geld en mensen om daadwerkelijk te handhaven, maar bij zo'n belangrijk oorlogswrak als de Queen Mary zou dat wel moeten. Ook al zijn het geen zichtbare locaties, ze zijn wel heel belangrijk voor de geschiedenis."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl