Britse commissie kraakt inval in Libië in 2011

Militanten van Islamitische Staat (IS) in Libië (foto: september 2015) Hollandse Hoogte | AP

De militaire interventie door Groot-Brittannië en Frankrijk in 2011 in Libië was ondoordacht en heeft bijgedragen aan de opmars van terreurgroep IS. Dat is de conclusie van een Britse parlementaire commissie. 

De commissie oordeelt dat de regering-Cameron zich baseerde op onbetrouwbare inlichtingen en verkeerde aannames. De regering had kunnen weten dat er in de gelederen van de rebellengroepen die zij steunde in de strijd tegen kolonel Kadhafi veel islamitische extremisten zaten.

Benghazi

Groot-Brittannië en Frankrijk besloten destijds in te grijpen op het moment dat de rebellenstad Benghazi dreigde te worden aangevallen door troepen van Kadhafi. De vrees was dat er een bloedbad zou worden aangericht onder de bevolking. Maar volgens de parlementscommissie is de dreiging voor burgers overschat om de inval te legitimeren. 

Doordat er geen plan was voor het post-Kadhafi-tijdperk is Libië politiek ingestort, is het land vervallen tot een grote chaos en kon IS er voet aan de grond krijgen, concluderen de parlementariërs. 

Cameron

Het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukt in een reactie dat de interventie de steun had van de Arabische Liga en dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties goedkeuring had gegeven. De dreiging van Kadhafi was aanzienlijk en vroeg om een stevige reactie, aldus een verklaring. 

Cameron, die deze zomer als premier werd opgevolgd door Theresa May, zei in januari dat de interventie gerechtvaardigd was omdat Kadhafi zijn eigen mensen "als ratten dreigde af te schieten". 

De bevindingen van de commissie komen overeen met die van de commissie onder leiding van Sir John Chilcot, die dit jaar oordeelde dat Groot-Brittannië te makkelijk had besloten om mee te doen aan de inval in Irak in 2003.