Een Delfts schuttersstuk dat ruim twee eeuwen was verdwenen, is terecht. Het schilderij verscheen uit het niets op een veiling in Parijs. Door een tip kwam Museum Prinsenhof uit Delft het op het spoor, schrijft Omroep West.

Het 17e-eeuwse schuttersstuk van Jacob Delff de Jongere (1619-1661) is een portret van de Delftse schutters Willem Reyersz de Langue en Daniel Fransz van der Brugge. De mannen waren lid van de Delftse schutterij, die de stad moest verdedigen. Het schilderij verdween aan het eind van achttiende eeuw en eindigde na een zwerftocht door Europa in Parijs.

Omdat het werk al zo lang onvindbaar was, vreesde het museum dat het nooit meer teruggevonden zou worden. Groot was de verrassing toen conservator Anita Jansen werd gebeld door journalist Erik Spaans, die meende dat het schilderij in de catalogus van Sotheby's Parijs stond.

Papierwinkel

Het museum had amper vier dagen om voldoende geld bij elkaar te krijgen, zodat het kon meebieden op de veiling. Met steun van een anonieme weldoener en fondsen wist het museum het schilderij aan te kopen.

Het heeft nog bijna een half jaar geduurd voordat het werk in maart naar Delft kwam. Dat had te maken met de gecompliceerde papierwinkel tussen Nederland en Frankrijk. In Delft hebben restaurateurs zich maanden over het schilderij gebogen om het vergeelde vernis en overschilderingen te verwijderen. Daarna is het geretoucheerd door kleuren en details opnieuw te schilderen.

In Delft zijn vijf schuttersstukken gemaakt, waarvan vier schilderijen al lang in het bezit zijn van de Prinsenhof. Voor het eerst in 200 jaar kunnen alle werken samen worden tentoongesteld. 

Vanaf vrijdag is het schilderij zichtbaar voor publiek als onderdeel van de tentoonstelling Gevonden! Het laatste schuttersstuk ontdekt

STER reclame