Robin Utrecht / Hollandse Hoogte

Het dreigende vertrek van de Britten uit de EU zet een rem op de groei van de Nederlandse economie. Dit jaar groeit de economie nog met 1,7 procent, volgend jaar is dat 1,6 procent. Dat stelt het Centraal Planbureau (CPB) in de jongste voorlopige ramingen. 

Vergeleken met de raming in juni is dat voor dit jaar 0,2 procentpunt lager en voor volgend jaar 0,5 procentpunt lager. 

De naderende brexit leidt tot meer onzekerheid en heeft een negatief effect op de consumptie, de investeringen en de voor Nederland belangrijke wereldhandel. Ook de lagere gasproductie remt de groei volgend jaar met 0,2 procentpunt. 

In juni had het CPB al een voorzichtige berekening gemaakt van de negatieve gevolgen van de brexit op de economie. 

De brexit heeft ook zijn weerslag op de werkloosheid. Die stabiliseert volgend jaar en daalt niet verder. Bedrijven zullen namelijk vanaf de tweede helft van dit jaar voorzichtiger zijn met het aannemen van personeel, ondanks het doorzettend herstel van de economie en meer werkgelegenheid.

Koopkracht

De beperkte groei van de wereldeconomie leidt samen met een brexit tot een lagere groei van de wereldhandel. Daardoor valt de Nederlandse export volgend jaar wat lager uit.

De inflatie blijft heel laag. Dit jaar bedraagt die nul procent en volgend jaar 0,5 procent. De koopkrachtgroei van huishoudens valt volgend jaar terug naar 0,7 procent. Dit jaar neemt de koopkracht nog toe met 2,7 procent. 

De terugval komt doordat volgend jaar de vijf miljard euro lastenverlichting wegvalt en door de iets oplopende inflatie, terwijl de lonen nauwelijks zullen stijgen. Voor mensen met een uitkering en gepensioneerden verslechtert de koopkracht in 2017.

Het CPB publiceert elk jaar in augustus economische ramingen die het kabinet gebruikt voor Prinsjesdag en de begrotingen voor volgend jaar.

STER reclame