Erik Duivenvoorden overhandigt het boek aan Henk Hofland NOS / Jeroen Wielaert

Het eerste grote studentengenoegen was om Henk Hofland te lezen in HP met die foto van hem erbij die aan Kwetal de Breinbaas, het figuur uit de Tom Poes-boeken, deed denken.

Het was op donderdag, als Haagse Post en Vrij Nederland uit waren gekomen. Het tweede grote plezier was om Henk daarna te horen op vrijdagmiddag, in het radioprogramma Welingelichte Kringen, met dat warme, mooi geformuleerde Nederlands van hem.

Het leukste was om hem zelf te ontmoeten. Voor het eerst zag ik hem op een Studium Generale Journalistiek, in een Utrechtse werfkelder, ergens halverwege de jaren zeventig. Ik ben hem daarna eens gaan opzoeken bij Scheltema, het journalistencafé aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. 

Hij raadde me aan om The Boys on the Bus van Timothy Crouse te lezen, over het bonte volgerscircus van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 1972.

Het was bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1992 dat hij me in New York uitnodigde voor wat hij 'een slokje' noemde. Ik had hem gebeld vanuit Chicago en gevraagd of hij in de verkiezingsuitzending van Veronica Nieuwsradio te gast wilde zijn bij presentator Rob Trip, in het Mayflower bij Central Park.

"Dat moet ik niet doen", zei Henk, "Ik zit daar al voor de NRC en de VPRO. Als ik ook nog bij jullie ga zitten zullen ze zeggen: 'Daar hebbie 'm weer!' Dus kom naar het Chelsea, in de 23ste straat, dan gaan we wat drinken."

Hele fles wodka

Het slokje werd een hele fles wodka, in een bar vlak bij het roemruchte hotel waar Henk altijd kamer 812 huurde. Het werd de uitvalsbasis voor meerdere gezamenlijke uitstapjes in New York. Zo heb ik de snaakse oude jongen die hij ook was veel beter leren kennen.

In november 2001 hebben we samen de metro genomen naar Ground Zero, een paar maanden na de aanslagen van 9/11. Nog in de onderaardse gangen vlak bij het rampgebied zei Henk: "Moet je ruiken. Dit is Rotterdam, 1940."

Altijd had hij de geur van het bombardement op zijn geboorteplaats in zijn neus gehouden. Eenmaal buiten keken we naar de leegte waar die twee torens hadden gestaan. Henk mijmerde: "De mens bouwt torens als monumenten. Het is een rotstreek om ze in te laten storten."

Iedereen is god achter zijn computer, laat de hele wereld weten wat hij ervan denkt, in totale razernij zit hij in zijn eentje te tikken.

Henk Hofland

Sindsdien heb ik hem regelmatig thuis opgezocht in zijn kleine werkkamer in Amsterdam. Zo zag ik hem toen bekend werd dat hij de PC Hooftprijs zou krijgen. We vermaakten ons over de 'sprezzatura' waarom de jury hem prees, zijn welbestudeerde zorgeloosheid.

Kritiek op reaguurders

Het was halverwege december 2010. Henk nam de gelegenheid te baat om van leer te trekken tegen de groeiende cohorten reaguurders op de sociale media. Hij zei:  

"Iedereen is god achter zijn computer, laat de hele wereld weten wat hij ervan denkt, in totale razernij zit hij in zijn eentje te tikken: grwáááhrg! En dan staat die rotzooi op het blog en heeft hij de wereld mores geleerd. Dat is geen pretje om al dat gescheld en getier te horen van mensen die nul verstand hebben van de dingen waarover ze het hebben."

Vorig voorjaar was ik weer in die keurige kamer vol boeken, posters, beeldjes, miniatuurtjes. Henk kreeg het eerste exemplaar van Rebelse Jeugd, het boek waarin Erik Duivenvoorden afrekende met het saaie beeld van de jaren vijftig. Erik en ik werden vergast op zo'n typisch Hoflandiaans college, doorspekt met uit het hoofd geciteerde dichtregels.

'Weinigen konden zich meten met Hofland'

Hongerwinter gouden tijd

Henk betoogde dat de kiem van de naoorlogse opstand tegen alle gezag werd gelegd in de Tweede Wereldoorlog. Aan het eind van de bezetting had hij zijn doop in de illegaliteit beleefd.

Hij herinnerde zich: "De Hongerwinter breekt aan. Een gouden tijd. Rovend en plunderend trok ik met mijn schoolvriendjes door de stad. Alles stortte in, ook het gezag stortte in."

Met weerzin sprak hij over de naoorlogse orde. "Het land ging verder of er niks gebeurd was. De restauratie van de jaren vijftig zette in. Je kon je ogen niet geloven. Wat een klootzakken."

Geweldige jaren '50

Niks saai, de jaren vijftig, volgens hartstochtelijk getuige-deskundige Hofland. "Wat een lol! Geweldig! De machthebber van de jaren 50 was Bill Haley, met Rock Around the Clock. Van dixieland moest ik niks hebben. Rock-’n-roll vond ik goed. Het klimaat? Lol trappen, veel plezier maken. Er is een foto van Cor Jaring in café Scheltema, ons hoofdkwartier. Daar staan Jacques Gans op, ik, Marlies Scholtens, Wim T. Schippers en Remco Campert. Wat heb ik daar een plezier gehad."

ANP

Anarcho-liberaal als hij was kende hij zijn eigen betekenis voor wat komen ging na de jaren vijftig. Hij legde uit: "Wij zijn de wegbereiders van Provo geweest. Jan Vrijman, Han Lammers, Hans Gruijters en ik, we gaven intellectuele ondersteuning.

Er zaten flinke kerels onder de Provo’s, zoals Rob Stolk en Roel van Duijn. Het absolute genie was Robert-Jasper Grootveld. Het was de voortzetting. Wij hadden de voorgaande maatschappij al afgedankt."

Sixties niet willen missen

Een oordeel over de rebelse sixties, een halve eeuw later? Hofland: "Goddelijk! Nou zeg, tjéézus. Ik had het niet graag willen missen. De happenings op het Spui, de ontmoetingen in Scheltema. Het was een groot plezier."

88 is hij geworden met alles van die zorgvuldig gekoesterde opstandigheid. Bij dat laatste bezoek stelde ik hem voor om nog eens voor een documentaire op reis te gaan door zijn werkkamer, dat compacte HJA-heelal. 

'Doen!' zei hij. Maar het is er niet meer van gekomen.

STER reclame