RIVM werkt niet mee aan identificeren 'vuilcontainerbaby'

Een cameraman filmt de betonnen plaat over het gat waarin de vuilcontainer stond ANP

Het RIVM werkt definitief niet mee aan het vaststellen van de identiteit van de baby die in 2014 in een vuilcontainer in Amsterdam-West werd gevonden. 

Het RIVM zei vorig jaar al dat het zich aan het medisch beroepsgeheim moet houden. Het Openbaar Ministerie hoopte dat daarop een uitzondering kon worden gemaakt.

Rechter

Volgens het RIVM kan dat alleen als er gevaar is voor het kind. Zo niet, dan moet een rechter bepalen of er een onderzoek mag plaatsvinden.  

Het OM acht zo'n verzoek niet kansrijk. Daarnaast houdt het rekening met het maatschappelijke belang dat jonge ouders met hun baby naar het consultatiebureau blijven gaan. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de informatie over hen of hun kind vertrouwelijk blijft. 

Hielprikkaarten

Het RIVM beheert gegevens van de hielprikken die baby's via de consultatiebureaus krijgen. Daarin zijn behalve dna-profielen van baby's ook gegevens over ouders te vinden. 

Met het dna-profiel van de baby die in Amsterdam werd gevonden, zou haar hielprikkaart kunnen worden opgespoord en kunnen worden vastgesteld wie de ouders zijn. 

Begrip

In een reactie zegt het OM dat het teleurgesteld is over het besluit van het RIVM. Maar de baby is gezond en het OM respecteert het belang van het RIVM, zegt een woordvoerder. 

Het OM overweegt dan ook niet om via de rechter alsnog medewerking van het RIVM af te dwingen, omdat ook niet verwacht wordt dat de rechter daaraan zal meewerken.

Ernstige zaak

Het meisje werd in 2014 bij toeval gevonden. Zij was toen een paar dagen oud. Een voorbijganger hoorde 's nachts gehuil uit een ondergrondse vuilcontainer. Een uitzending van Opsporing Verzocht leverde 31 tips op, maar de ouders werden niet gevonden. 

Het OM spreekt van een ernstige zaak, en wil daarom graag de identiteit van de moeder weten. Ook omdat het mogelijk is dat zij niet degene is die de baby in de container heeft achtergelaten.

Verwantschapsonderzoek 

Nu het RIVM niet meewerkt, laat het OM een dna-verwantschapsonderzoek doen bij het Nederlands Forensisch Instituut. Daarbij wordt het dna van het meisje vergeleken met dat in de dna-databank van justitie voor strafzaken. 

Een verwantschapsonderzoek bij het NFI heeft alleen kans van slagen als een familielid van het meisje een ernstig misdrijf heeft begaan.