Tel Aviv, de dag na de aanslag NOS - Edmée van Rijn

Israël heeft zo'n 83.000 inreisvergunningen voor Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever tijdelijk ingetrokken. Met de vergunning konden Palestijnen tijdens de ramadan, de vastenmaand voor moslims, familie in Israël bezoeken. 

De maatregelen zijn een collectieve straf voor de aanslag van gisteravond in het centrum van Tel Aviv. Twee Palestijnen openden het vuur bij een restaurant in het uitgaanscentrum en doodden daarbij vier Israëliërs. De twee mannen, neven van 21 uit de omgeving van Hebron, zijn opgepakt.

De politiecontroles in Tel Aviv zijn verscherpt, vooral bij bus- en treinstations. Het leger zet twee extra bataljons in op de bezette Westoever. 

Veel Palestijnen die op de Westoever en in de Gazastrook wonen kunnen nu niet naar hun familie in Israël, naar het buitenland of naar de Al Aqsa-moskee in Jeruzalem. Hoelang het verbod van kracht blijft, is niet duidelijk.

Daarnaast is van 204 familieleden van de twee aanvallers de werkvergunning ingetrokken en zijn de wegen van en naar het dorp Yatta op de Westoever, waar ze wonen, afgesloten. 

Populaire plek

Op de ochtend na de schietpartij is het terras op de Sarona-markt waar de slachtoffers vielen al weer open. Jonge mensen zijn bij elkaar gekomen om er te zingen en politici komen langs met de boodschap dat terreur niet zal overwinnen.

In het complex van gerestaureerde oude gebouwen zitten veel drukbezochte winkels en restaurants. Het staat tegenover het hoofdkwartier van het Israëlische leger. 

Sinds oktober vorig jaar zijn 32 Israëliërs en twee Amerikanen gedood door Palestijnen. De aanvallen waren aanvankelijk vooral met messen, maar de laatste tijd soms ook met vuurwapens. 

Israël heeft in diezelfde periode zeker 196 Palestijnen doodgeschoten, van wie 134 aanvallers zouden zijn. De overigen werden gedood bij andere confrontaties en protesten.

STER reclame