'Noordzeelanden' gaan samen windmolens bouwen

'Noordzeelanden' gaan samen windmolens bouwen

De 'Noordzeelanden' Nederland, Duitsland, België, Luxemburg, Frankrijk, Denemarken, Ierland, Zweden en Noorwegen gaan samenwerken bij de planning en aanleg van windmolens op zee. Ook gaan ze andere technologieën onderzoeken om duurzame energie op te wekken op de Noordzee.

De landen bekrachtigen hun afspraken morgen op de energieraad in Luxemburg. Minister Kamp van Economische Zaken is de initiatiefnemer van de samenwerking.

Kamp: "Luxemburg ligt inderdaad niet aan de Noordzee. Maar we zijn blij met de betrokkenheid van de Luxemburgers omdat we als Beneluxlanden sterker staan in de gesprekken over Europees energiebeleid." Ierland is ook bepaald geen Noordzeeland te noemen, maar hoe meer landen hoe beter, is de gedachte van Kamp.

Bouwkosten omlaag 

De bouwkosten kunnen door samenwerking aanzienlijk omlaag, bijvoorbeeld door gezamenlijke ontwikkeling en inkoop. Of door het aanleggen van één elektriciteitskabel in plaats van verschillende van de parken op zee naar land.

"Nederland gaat de komende zeven jaar de vijf grootste windparken van Europa en misschien wel van de wereld aanleggen", zegt Kamp. "Die leveren straks stroom voor 5 miljoen Nederlandse huishoudens." Op zulke miljardenprojecten levert een beetje besparen al veel op.

Noordzee bedekt

In de toekomst zal de hele Noordzee bedekt zijn met windmolens, voorspelt Kamp. Hij heeft dit beeld ook letterlijk aan zijn Europese collega's laten zien tijdens de gesprekken over samenwerking. "We moeten echt van fossiele energie naar duurzame energie. Deze samenwerking is een doorbraak en kan leiden tot een Europees energiebeleid."

Ook moet het voor maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, natuurorganisaties, netbeheerders en het bedrijfsleven makkelijker worden grensoverschrijdend zaken te doen, vergunningen aan te vragen en subsidies te krijgen.