'Een verdwenen spoorlijn heeft iets melancholisch'

Uit besproken boek
Geschreven door
Lambert Teuwissen
Redacteur

De Halvezolenlijn langs de Langstraat in Noord-Brabant, Friese lokaalspoorwegen, de IJzeren Rijn door Limburg en de doodgeboren STAR door Groningen en Drenthe. Victor Lansink en Michiel Ten Broek brachten met hun Atlas van de verdwenen spoorlijnen in Nederland ongeveer duizend kilometer traject in beeld verspreid over 29 lijnen. 

"Een verlaten spoorlijn heeft iets melancholisch en romantisch. Dat heeft ons altijd aangetrokken", zegt Lansink. Hij doet al een kleine twintig jaar in binnen- en buitenland aan spoorwegarcheologie voor zijn blog.

Oude stations of wachtershuisjes zijn vaak nog als zodanig te herkennen. Een verhoging in het weiland kan een oude spoordijk zijn; wie zijn hak in het zand zet, haalt vaak spoorgrind tevoorschijn. Soms zijn verloren hectometerpaaltjes terug te vinden in het kreupelhout.

Op een enkele plek zijn nog overwoekerde rails terug te vinden. "Die zijn echt op een hand te tellen", zegt Lansink. Het komt door ruimtegebrek en de Nederlandse volksaard. "Hier zijn we opruimeriger dan in het buitenland. Het is het geplande, opgeruimde Nederland, waar alles een functie heeft en nuttig moet zijn. Heel veel is verdwenen door ruilverkaveling."

1/5Restanten van een Fries spoor Uit besproken boek
2/5Stootjuk in Veghel Uit besproken boek
3/5 Verlaten aanbruggen bij de Rijn bij Wesel Uit besproken boek
4/5Overwoekerd perron Driehuis-Westerveld Uit besproken boek
5/5Fietspad naast het oude spoor bij Hattem Uit besproken boek

De geschiedenis van de lijntjes is vaak hetzelfde. Vurig gewenst, feestelijk geopend en na een kwart eeuw weer stilletjes verdwenen, vat de atlas het samen. Midden jaren 30 kwam er een eind aan de hausse aan spoorwegen die sinds 1880 waren aangelegd. Door de Eerste Wereldoorlog, de economische malaise en de opkomst van de autobus en vrachtwagen viel de ene na de andere lijn om.

"Doordat er veel concurrentie was, hadden we tot 1920 een heel fijnmazig netwerk. Verschillende spoorwegmaatschappijen wilden allemaal een verbinding naar Duitsland, Amsterdam, het noorden of de havens. Je had dus veel dubbele routes. Toen de maatschappijen door de recessie moesten samenwerken, bleek dat er veel overbodige lijnen waren."

Gesteggel

Het personenvervoer werd vaak als eerste afgeschaft. De STAR in Groningen nam al na twee jaar afscheid van de verbinding Ter Apel-Rijksgrens. Andere lijnen overleefden door goederentransport: het mag duidelijk zijn waar de Kippenlijn bij Barneveld, het Olielijntje bij Schoonebeek of de Vislijn naar IJmuiden hun bestaansrecht aan te danken hadden.

Als de stekker er definitief uit getrokken werd, volgde geen rigoureuze opruimactie, maar vaak een lange periode van verval. "De NS was van oudsher niet erg geneigd om grond te verkopen, dus bleef het vaak liggen. Bovendien hielden met name grenslijnen nog lang een defensietaak: in geval van nood moesten ze nog gebruikt kunnen worden. Ook was er heel vaak gesteggel over herbestemming van gronden."

Beheerst verval

Want wat doe je met ettelijke kilometers grond van slechts enkele meters breed? "Stations met grote emplacementen en loodsen kun je slopen om er voor veel geld een kantoor neer te zetten. Maar die snippers grond is klein bier."

Fietspaden zijn een populaire herbestemming. Asfalt erover en klaar. Lansink gruwt ervan. "Heel nuttig, maar je hebt niet meer het gevoel van een spoorlijn. In tegenstelling tot de NBDS van Boxtel naar Duitsland. Dat is een ecologische verbindingszone en wandeltracé geworden, dwars door de Peel. Vrij ruig terrein, kuilig, met zand waar je de kiezels van het spoor nog ziet liggen. Een mooie wandelroute, omdat je normaal nooit zo kaarsrecht door het landschap kunt lopen."

De Borgense Baan is nog zo'n voorbeeld. Door de NS cadeau gedaan aan Natuurmonumenten en het Gelders Landschap. "Natuurmonumenten heeft het helaas op een heel technocratische manier aangepakt: het spoor opgebroken en de dwarsliggers als chemisch afval weggehaald. Dat zie je meteen: het is een saaie grasstrook."

"Het Gelders Landschap heeft het gecontroleerd laten overwoekeren. Dat levert bijzonder diverse natuur op: de rails zijn een mooie schuilplaats voor allerlei fauna en op de schrale grond gedijt mooie vegetatie."

Het hoeft allemaal niet zo netjes. Even kijken of het niet instort of gevaarlijke plekken heeft en verder gewoon zo laten.

Victor Lansink

Ook over de Moerputtenbrug door het Bossche Inundatieveld is hij tevreden. In de jaren 80 al aan de ijzerboer verkocht, maar toch nog gered door een actiecomité. "Best bijzonder, want er zit een kapitaal aan oud ijzer in."

De brug werd omgebouwd tot wandelpad. 600 meter opgeknapt industrieel erfgoed in de natuur. Kleine kanttekening van Lansink: "Het hoeft allemaal niet zo netjes. Die dingen zandstralen en helemaal opnieuw schilderen is eigenlijk nergens goed voor. Even kijken of het niet instort of gevaarlijke plekken heeft en verder gewoon zo laten. Het vervalt vanzelf weer een beetje."

Moerputtenbrug: van spoorburg naar wandelpad Uit besproken boek

STER Reclame