Een gemodificeerde aardappelplant naast een niet gemodificeerde, zieke plant ANP

‘Frankensteinvoedsel’ wordt het wel genoemd. Er is veel wantrouwen tegen genetisch gemodificeerde gewassen, maar leveren die echt gevaar op voor mens en milieu? Volgens een nieuw Amerikaans onderzoek valt het wel mee. 

Over genetische modificatie doen veel wilde verhalen de ronde. Zo was er in 2012 het onderzoek van de Franse bioloog Gilles-Éric Séralini waaruit zou blijken dat ratten die genetisch gemodificeerde mais eten tumoren ontwikkelen. De studie stuitte op stevige kritiek van andere wetenschappers. Séralini zou te weinig ratten hebben bestudeerd om conclusies te kunnen trekken en de gebruikte laboratoriumratten krijgen sowieso vaak gezwellen.

De rattenstudie van Séralini is samen met vele andere meegenomen in het grootschalige onderzoek van de Amerikaanse National Academies of Sciences, waarvan deze week een voorpublicatie is verschenen. 

Geen duidelijk bewijs

Gijs Kleter kent de verhalen ook. Hij is onderzoeker bij onderzoeksinstituut Rikilt in Wageningen en tot 2015 lid van een wetenschappelijk panel bij de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA. Volgens hem heeft het Amerikaanse onderzoek een genuanceerd rapport opgeleverd waarin veel eerdere onderzoeken kritiek krijgen, of ze nou voor of tegen genetische modificatie pleiten.

"De onderzoekscommissie keek naar de impact op de gezondheid, het milieu en de economie. Heel kort samengevat is de conclusie dat er geen duidelijk bewijs is dat genetisch gemodificeerde organismen slecht zijn voor gezondheid van mens en dier", zegt Kleter.

De commissie vond juist positieve effecten. Zo is de opbrengst van genetisch gemodificeerde gewassen soms hoger en zijn er minder bestrijdingsmiddelen nodig om ze te beschermen. "Bij katoen is dat duidelijk zichtbaar. Dat is een gewas dat veel pesticide nodig heeft. Een middel dat ook heel giftig is voor allerlei andere beestjes."

Maar de commissie maakt ook een voorbehoud. "Over de manier waarop je dergelijke gewassen moet gebruiken. Dat je moet voorkomen dat insecten uiteindelijk resistent worden, wat je ook vaak met chemische insecticiden ziet."

Het zou niet schadelijk zijn, maar dat werd ook gezegd van asbest en DDT, en we weten waar dat toe geleid heeft.

Niek Vos

Niet iedereen is onverdeeld enthousiast over gentech. Organisaties als Greenpeace voeren al jaren actie tegen de genetische manipulatie van gewassen. Er is veel wantrouwen over de macht van multinationals als het Amerikaanse Monsanto en er zijn zorgen over de langetermijneffecten van de techniek. 

Ook sommige boeren bekijken de ontwikkelingen met argusogen. Zoals Niek Vos in de Noordoostpolder, die de voorkeur geeft aan de traditionele methode van veredeling van gewassen. "De aardappelplantjes hier zijn resistent tegen de ziekte phytophthora. Er zijn gewoon via klassieke veredeling twee resistente genen in gekweekt." 

Vos vraagt zich af hoe betrouwbaar het nieuwe rapport is. "Ik heb het vluchtig gelezen. Het zou niet schadelijk zijn voor de gezondheid of het milieu, maar dat werd ook gezegd van asbest en DDT, en we weten waar dat toe geleid heeft."

Volgens Vos kan de wetenschap pas over tientallen jaren echte conclusies trekken. Gijs Kleter stelt dat onderzoek voortdurend nodig blijft, ook omdat de techniek zich zo snel ontwikkelt. "Daardoor gaan ook de kosten naar beneden. Twintig jaar geleden kostte genetische modificatie zoveel als een Ferrari, tegenwoordig kun je het bij wijze van spreken doen voor de prijs van een nieuwe fiets."

STER reclame