Naam teruggeven is makkelijker met digitale gezichtsreconstructie

Reza Gerretsen van het NFI NOS

Het Nederlands Forensisch Instituut heeft een digitale gezichtsreconstructie laten maken van een stoffelijk overschot dat een half jaar geleden in de Vecht bij Utrecht werd gevonden. De techniek, die wordt uitgevoerd aan de universiteit van Dundee, is de opvolger van de kleireconstructie.

Gezichtsreconstructies worden gebruikt bij lichamen die moeilijk te identificeren zijn. In dit geval heeft het een tijd in het water gelegen. "Er zijn dus tafonomische processen aan de gang, ofwel rottingsverschijnselen", zegt Reza Gerretsen van het NFI. "Daardoor raakt het gezicht opgeblazen en dat kan het uiterlijk enorm veranderen."

Onderzoekers in het Schotse Dundee maken de reconstructies voor het NFI. "Vroeger brachten wij het hoofd daadwerkelijk daarheen, maar tegenwoordig sturen we een CT-scan."

Als eerste geven de onderzoekers de weefseldiktes aan op verschillenden plaatsen van de schedel. Er komen paaltjes op te staan die de maat aangeven. De weefseldiktes worden bepaald aan de hand van CT-scans van mensen van verschillende etnische groepen.

Dankzij computer krijgt onherkenbare dode zijn gezicht terug

Database

De universiteit van Dundee put uit een database met CT-scans. Die database wordt aangevuld met mensen die een scan laten maken in een ziekenhuis. Zij kunnen op vrijwillige basis etnische gegevens, leeftijd en een 'normale' foto afstaan. De onderzoekers gebruiken deze gegevens bij het uitrekenen van weefseldiktes. Hoe meer mensen meedoen, hoe specifieker de database wordt.

Nadat de paaltjes erop zijn gezet, worden alle spiergroepen aangebracht en daarna wordt de huid toegevoegd. "Die huid mag dan natuurlijk niet buiten de hoogte van die paaltjes komen", zegt Gerretsen.

Vervolgens brengen de onderzoekers nog ogen, oren, een neus en haren aan. "Daardoor krijgen mensen echt hun gezicht terug."

1/8 NOS
2/8 NOS
3/8 NOS
4/8 NOS
5/8 NOS
6/8 NOS
7/8 NOS
8/8 NOS

Gerretsen zegt dat het niet zo belangrijk is hoe realistisch de reconstructie uiteindelijk is. "Wij maken een afbeelding die iemand die de overleden persoon gekend heeft, moet herkennen. Het kan best zijn dat wijzelf uiteindelijk een foto van de persoon (als die gevonden is) ernaast leggen en dan zeggen dat we het niet vinden lijken."

Het NFI gebruikt ook nog kleireconstructies. "In principe is het systeem hetzelfde, maar het is makkelijker op de digitale manier. Het zijn minder handelingen; het gaat dus sneller", zegt Gerretsen. "En we hoeven ook niet meer met het stoffelijk overschot naar Dundee."

Van links naar rechts: kleireconstructies van het meisje van Nulde, het Heulmeisje en het Maasmeisje

Gerretsen hoopt dat met deze techniek veel mensen kunnen worden geïdentificeerd. "Het gaat om het teruggeven van de naam. Natuurlijk is dat belangrijk want er is altijd iemand die achterblijft en die een geliefde mist."

In Nederland staan zo'n 700 onbekende doden geregistreerd; lichamen die zijn gevonden waarvan niemand weet wie het is.

De Utrechtse zaak

Het lichaam van de onbekende man werd op zondag 20 december door een voorbijganger gevonden in het water van de Vecht in Oud-Zuilen, een dorp bij Utrecht. Het lichaam lag toen al een tijd in het water. Ruim een week na de ontdekking, gaf de politie een foto van de man vrij. Dat leverde niets op.

In eerste instantie dacht de politie dat de man een Chinees was, maar naar aanleiding van de digitale reconstructie blijkt dat de man "ook heel goed uit een ander Aziatisch land kan komen", zegt de politie.

Het televisieprogramma Opsporing Verzocht wijdt vanavond een deel van de uitzending aan de Utrechtse zaak en de digitale reconstructie. Het programma is om 20.30 uur op NPO 1.