Schrijver en Nobelprijswinnaar Imre Kertész overleden

Schrijver Imre Kertész in 2007 bij een boekenbeurs in het Zwitserse Bazel EPA

De Joods-Hongaarse schrijver Imre Kertész is overleden. Kertész, die Auschwitz overleefde, kreeg in 2002 de Nobelprijs voor literatuur. De jury roemde hem voor de manier waarop hij de vernietigingskampen in de Tweede Wereldoorlog portretteerde als "de ultieme waarheid" over hoe diep de mens kan vallen. 

Kertész (86) werd geboren in Boedapest. In juli 1944, na de Duitse bezetting van Hongarije, werd hij als 14-jarige gedeporteerd naar Auschwitz. In 1945 werd hij bevrijd uit Buchenwald. Zijn ervaringen in de kampen waren bepalend voor zijn schrijverschap. 

Zijn bekendste boek is het autobiografische Sorstalanság, in het Nederlands vertaald als Onbepaald door het lot, over een jongen die in Auschwitz terechtkomt. De roman was niet onomstreden omdat de hoofdpersoon zegt dat hij ook momenten van geluk beleefde in het kamp: "Iedereen had het over ontberingen en 'gruwelen', maar die kleine gelukservaringen waren het belangrijkste geweest."

Andere boeken van Kertész, veelal autobiografisch, zijn het vertaalde Het Fiasco, Kaddisj en Liquidatie. 

Doodgezwegen

Kertész werkte na de oorlog in Hongarije voor een stadskrant en legde zich toe op het vertalen van onder anderen Nietzsche, Freud en Wittgenstein. Aan zijn eerste roman, het in 1975 gepubliceerde Sorstalanság, werkt hij dertien jaar. In het communistische Hongarije werd zijn werk aanvankelijk doodgezwegen, in andere landen werden zijn werken geroemd. Pas na de val van het communistische regime in 1989 kreeg hij in eigen land erkenning. 

Kertész verhuisde nadat hij de Nobelprijs had gekregen naar Berlijn. In 2012 keerde hij om gezondheidsredenen terug naar Boedapest. Hij overleed donderdag in de Hongaarse hoofdstad na een lang ziekbed, maakte zijn uitgever bekend.