'In Cuba is pas verandering mogelijk als de Castro's weg zijn'

Conchita Beltrán Arjen van der Horst / NOS
Geschreven door
Arjen van der Horst
Correspondent Verenigde Staten voor NOS en Nieuwsuur

Van haar jeugd op Cuba heeft Conchita Beltran weinig meer dan herinneringen over. "Toen ik Cuba verliet, mocht ik niets meenemen. Geen juwelen, geen geld, geen persoonlijke bezittingen. Alleen kleren voor drie dagen mochten in mijn koffer. Het was de moeilijkste dag in mijn leven." 

Twee jaar nadat Fidel Castro met zijn revolutionairen de macht op Cuba had overgenomen, vluchtte Beltran met haar ouders naar de VS. Nu de banden tussen de VS en Cuba verbeteren, zeker gezien het bezoek van Obama aan Havana, hoopt ze haar familiebezittingen terug te krijgen. 

Wat ze destijds wel wist mee te smokkelen was een album met zwart wit-foto's. Het zijn de foto's van haar diploma-uitreiking van de middelbare school. Het was de zomer van 1959, enkele maanden nadat Fidel Castro en zijn revolutionairen dictator Batista hadden verdreven en de macht in Cuba hadden overgenomen. 

1/4Conchita op de diploma-uitreiking van de middelbare school Arjen van der Horst / NOS
2/4Het waren de enige foto's die ze kon mee smokkelen toen ze Cuba verliet Arjen van der Horst / NOS
3/4Conchita (onderste rij achter de bloemen) Arjen van der Horst / NOS
4/4Ze kreeg haar diploma in de zomer van 1959, enkele maanden nadat Fidel Castro Cuba had overgenomen Arjen van der Horst / NOS

Conchita was 16 jaar oud toen de revolutie begon. "Ik was de laatste lichting die nog les kreeg op school. Die werd gerund door nonnen, maar alle bezittingen van de katholieke kerk werden in beslag genomen door het nieuwe regime."

Hetzelfde overkwam haar ouders. Conchita Beltran kwam uit een welvarende familie die verschillende huizen bezat in Havana en een paar boerderijen in Pinar del Rio. "Van de een op de andere dag hadden we niets meer. Ze kwamen onze huizen binnen en zeiden dat we moesten vertrekken. Ook namen ze al het geld van onze bankrekening in beslag. Dieven noemden ze ons."

De Beltrans bleven nog tot 1961 op Cuba. Alle hoop was gevestigd op de Varkensbaai-landing, toen Cubaanse bannelingen met behulp van de Amerikaanse regering het Castro-regime probeerden omver te werpen. De poging mislukte. "Toen wisten we: er is geen hoop meer voor ons op Cuba. We moesten vluchten naar Amerika."

Ze hebben geen recht om terug te komen, ze hebben geen recht op hun oude bezittingen. Punt uit.

Eigenaar woning

Conchita Beltran woonde in Calle 15 in de wijk Vedado in Havana. Het is een prachtige wijk met platanen langs de weg die nog de grandeur ademt van het Cuba van voor de revolutie. Maar net zoals in zo veel delen van Havana zijn de meeste huizen in verval geraakt en zit de straat vol met gaten. Op nummer 1211 groeide Conchita op. En het is deze woning die ze nu terug wil hebben. 

De huidige eigenaar van het pand doet open. Hij is boos en oogt lichtelijk nerveus. "Er is kennelijk een dame die dit huis opeist", zegt hij kortaf. "Maar iedereen die Cuba aan het begin van de revolutie verliet, heeft geen rechten meer. Ze hebben geen recht om terug te komen, ze hebben geen recht op hun oude bezittingen. Punt uit."

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'Ze hebben het mis'

Onderhandelingen

Het zijn schadeclaims als die van Conchita Beltran die een obstakel kunnen vormen in de toenadering tussen Amerika en Cuba. In het begin van de revolutie nationaliseerde Fidel Castro de economie. Ondernemingen, fabrieken, landbouwgrond, boerderijen; alles werd onderdeel van de staat. Rijke families en Cubanen die banden met het Batista-regime hadden, werden onteigend. Velen van hen belandden, net als Conchita Beltran, in Miami. 

Obama onderhandelt met de Cubaanse regering over bezittingen van Amerikaanse ondernemingen die op Cuba in beslag waren genomen, zoals van Coca Cola. Maar de bezittingen van Cubaanse bannelingen die nu grotendeels in Amerika wonen, zijn geen onderdeel van de onderhandelingen. "Het is moeilijk om een schatting te maken van de waarde, maar wij denken dat al die bezittingen in 1960 2 miljard dollar waard waren. In de huidige termen heb je het over tientallen miljarden dollars", zegt Nick Gutierrez.

Gutierrez is in Amerika geboren, maar een zoon van Cubanen die de revolutie ontvluchtten. Hij vertegenwoordigt nu de eigenaren van Cubaanse suikerfabrieken en andere welvarende families die hun bezittingen terugeisen. Hij is niet blij met de hand die Obama naar Cuba heeft uitgestoken. "Maar ik ben ook een praktische man. De realiteit is dat er nu een toenadering bestaat tussen beide landen. Dat biedt een mogelijke opening voor ons."

Verrader 

Hij stelt dat de Amerikaanse en Cubaanse regeringen hun eisen niet kunnen negeren. "Stel je bent een buitenlandse investeerder en je wilt een onderneming opbouwen in een pand dat eens het bezit was van een verdreven Cubaanse familie. Die zullen zich wel twee keer bedenken, als ze weten dat hen een schadeclaim boven het hoofd hangt."

Maar Conchita Beltran heeft die hoop niet. Ze heeft weinig vertrouwen in president Obama. Ze noemt hem zelfs een verrader. "Wat is er nu veranderd sinds de toenadering? Cubanen hebben nog steeds geen vrijheid. Raúl Castro heeft zelfs gezegd dat Cuba altijd een communistische staat zal blijven. Er is pas verandering mogelijk als de Castro's weg zijn."

STER Reclame