ANP

Het stof van carnaval is nog niet neergedaald of het volgende feestje kan beginnen: de viering van de 500ste sterfdag van Jeroen Bosch, de belangrijkste middeleeuwse schilder van Nederland, in de stad waar hij zijn hele leven woonde. Dat gebeurt op grootse wijze, met meer dan honderd evenementen in en rond Den Bosch.

De stad kan de extra bezoekers goed gebruiken, want het aantal toeristen is de afgelopen jaren sterk teruggelopen. Als iets dat aantal kan opkrikken is het wel de tentoonstelling Jheronimus Bosch - Visioenen van een Genie in Het Noordbrabants Museum.

Want nog nooit waren zo veel werken van de schilder bij elkaar te zien. Vanaf zaterdag kan het publiek ze gaan bekijken. Vandaag mocht de binnen- en buitenlandse pers dat al doen. Er was zo veel belangstelling, dat collega-persvoorlichters van het Rijksmuseum een handje kwamen helpen.

Grote belangstelling voor Jeroen Bosch in Den Bosch

De Bossche expositie belooft een blockbuster te worden die niet onderdoet voor de grote tentoonstellingen in het hoofdstedelijke museum. Online zijn er al 90.000 tickets verkocht. Dat is twee keer zo veel als bij de start van De Late Rembrandt, vorig jaar in het Rijksmuseum.

Wellustige draakjes

Zes zalen van Het Noordbrabants Museum zijn de komende drie maanden gevuld met wellustige draakjes, minnende paartjes en wezens met monsterachtige staartjes. De voor Bosch zo kenmerkende figuren lijken zo te zijn weggelopen uit een carnavalsoptocht. De schilderijen verhalen over hemel en hel, zonde, straf en vergeving: de grote thema's uit middeleeuwen. Allemaal ontsproten aan het vernieuwende brein van de schilder.

De triptieken en losse panelen lichten fel op in de donkere museumzalen. Ze staan en hangen in glazen vitrines. Subliem uitgelicht, elk detail is zichtbaar. De inrichting is sober, zonder veel tekst. De begeleidende informatie is te vinden in een gratis boekje (in zes talen) en, natuurlijk, een audio-tour.

De werken zijn opgedeeld in zes thema's: Levenspelgrimage, Bosch in 's-Hertogenbosch, Het Leven van Christus, Bosch als Tekenaar, Het Einde der Tijden en Heiligen. Het kleine oeuvre van de schilder bestaat uit 24 schilderijen en 20 tekeningen, zegt Jos Koldeweij, hoogleraar kunstgeschiedenis en een van de samenstellers van de tentoonstelling. Twee derde van de schilderijen (17) en, op één na, alle tekeningen zijn in de tentoonstelling te zien. Het zijn bruiklenen van musea in onder andere Washington, Wenen, Berlijn, Parijs, Madrid en Brugge. Negen van die werken komen vers uit het restauratie-atelier.

"Dat maakt de tentoonstelling extra bijzonder", zegt Koldeweij. "Wit is weer echt wit, de vervuilde gelige vernislaag is verwijderd." In sommige gevallen ging de restauratie veel verder dan het weghalen van die vieze laag. Zoals bij Het Narrenschip. Als je de afbeeldingen van voor en na de restauratie met elkaar vergelijkt, vallen gelijk de verschillen op.

Het Narrenschip voor en na de restauratie Museum

Bij de restauratie is de rots aan de rechterkant verdwenen. De struik bovenin met de uil is veel kleiner geworden en aan de randen van het werk zijn lichaamsdelen weggehaald om te verbloemen dat het schilderij ooit deel uitmaakte van een groter werk. Want toen in de 18e eeuw de werken van Bosch aantrekkelijke handelswaar werden, zijn panelen doorgezaagd om apart te kunnen verkopen.

Om ze eruit te laten zien als zelfstandige werken, werd de compositie naar de smaak van die tijd aangepast. Zo kwam de rots er op en werd het struikje vergroot. Na de restauratie is het werk weer te zien, zoals het door Bosch geschilderd is. Het Narrenschip is op de tentoonstelling verenigd met drie andere panelen waarmee het samen een triptiek vormde. Het middelste deel is verloren gegaan.

El Bosco

Toch zijn er ook een paar belangrijke werken niet aanwezig op de tentoonstelling. Het Prado in Madrid stond maar één werk af, De Hooiwagen–triptiek, terwijl de Spanjaarden er zes hebben. Die zijn daar terechtgekomen omdat de Spaanse vorsten grootafnemers waren van Bosch' werk. Filips de Schone bestelde schilderijen bij de meester en ook zijn kleinzoon Filips II was dol op de stichtelijke taferelen van El Bosco, zoals de Spanjaarden hem noemen. Ook de triptieken uit Lissabon en Wenen zijn er niet, net als de kruisdraging uit het Escorial, het paleis van Filips II vlak bij Madrid.

Als je maar lang genoeg wacht, sta je vanzelf een keer vooraan.

Charles de Mooij, museumdirecteur

Ondanks dat is het een bijzondere prestatie dat dit kleine museum zoveel werk van de kunstenaar bij elkaar heeft gebracht. De tentoonstelling is een lust voor het oog. Er gebeurt zo veel op de schilderijen, dat je blijft kijken.

Maar het is de vraag of het publiek die kans krijgt. Want dat het druk wordt, is wel duidelijk. Directeur Charles de Mooij hoopt op minimaal 250.000 bezoekers. Dan is het museum uit de kosten. "En als je maar lang genoeg wacht, sta je vanzelf een keer vooraan", antwoordt hij relativerend op de vraag of het niet té druk zal worden. Zo kun je er ook naar kijken.

De tentoonstelling is te zien tot en met 8 mei. Daarna verhuizen de werken naar het Prado Museum in Madrid, waar ze nog eens drie maanden te zien zijn.

STER reclame