Watersnoodmuseum als kennis- en herinneringscentrum

Even buiten het dorpje Ouwerkerk staan vier caissons schots en scheef in het polderlandschap. Alleen de strak wapperende vlaggen verraden dat hier iets bijzonders aan de hand is. In de grote betonnen blokken zit sinds 2001 het Watersnoodmuseum. Het museum draait op vier betaalde krachten en 120 vrijwilligers. Ieder jaar komen er zo'n 85.000 bezoekers.

Minister Schultz van Infrastructuur en Milieu heeft het watersnoodmuseum nu de status Nationaal Kennis- en Herinneringscentrum Watersnoodramp gegeven. "Een heel bijzonder moment en een grote stap", zegt de trotse directeur Siemco Louwerse.

De directeur hoopt met deze status meer bezoekers te trekken. Hij wil vooral ook meer de verbinding maken tussen verhalen van de ramp en de strijd tegen het water in Nederland en andere bedreigde landen. "De verhalen van ooggetuigen zijn niet alleen indrukwekkend, we kunnen er ook veel van leren. Bijvoorbeeld hoe je moet handelen bij een dreigende overstroming."

Ineke van Dijke weet daar alles van. Ze was acht jaar oud toen ze haar vader verloor bij de ramp in 1953. "Hij ging met zijn auto de polder in om mensen te redden en kwam nooit meer terug."

De ramp veranderde haar leven. Na wikken en wegen meldde zij zich aan als vrijwilliger bij het museum. Ze vindt het belangrijk dat de verhalen van ooggetuigen worden doorgegeven aan de nieuwe generatie. "Water blijft de vijand. Het kan altijd nog een keer gebeuren. Ik ben niet bang maar wel op mijn hoede."

Ook innovatie op het gebied van waterveiligheid krijgt een prominente plek in de caissons. De TU Delft werkt samen met het museum en doet veel onderzoek op het gebied van waterveiligheid.

Buitenlandse delegaties

"Veel Nederlanders zijn zich niet bewust van de gevaren van het water. We zijn veilig, maar het is goed om te blijven beseffen dat een overstroming ook nu nog kan plaatsvinden", zegt hoogleraar Bas Jonkman. "Daarom is het belangrijk om onze ontdekkingen om het water tegen te houden, te laten zien in het nieuwe centrum."

Het museum krijgt veel bezoek van buitenlandse delegaties die van de ramp, de Deltawerken en onze permanente strijd tegen het water willen leren. Onlangs was er nog een groep uit de Verenigde Staten. Het museum hoopt ook op meer inkomsten door de status Nationaal Centrum. Nu is het vooral afhankelijk van kaartverkoop en donaties.

STER reclame