ANP

Nu Nederland het halfjaarlijkse voorzitterschap van de Europese Unie bekleedt, zal koning Willem-Alexander meer dan gewoonlijk te maken krijgen met Europese samenwerking en met Europa als politieke machtsmachine. Dat is voor een koning een ingewikkeld dossier.

Met hun ontvangst van de Europese Commissie afgelopen donderdag, gaven Willem-Alexander en Máxima in Amsterdam het officiële startsein voor het Nederlandse voorzitterschap. Als staatshoofd zal de koning, representatief en constitutioneel opererend in het kielzog van het kabinet, de komende maanden ook een beetje het project van de Europese eenwording belichamen. 

Koning Willem-Alexander ontvangt de Europese Commissie ANP

Vanwege het afnemend enthousiasme voor Europa in ons land en de verdeeldheid binnen de unie over het asielbeleid en de euro zal hij daarbij niet echt aan de weg kunnen timmeren. Een warm pleidooi voor meer Europa zoals we van koningin Beatrix tot in het laatst van haar koningschap gewend waren, mogen we van Willem-Alexander niet verwachten.

Zelfs opkomen voor Europese waarden als democratie, mensenrechten en burgerlijke vrijheden is door de opstelling van EU-landen Hongarije en Polen politiek glibberig terrein geworden voor een onpartijdig, ceremonieel vorst als Willem-Alexander.

Minder natie

Daar komt bij dat Willem-Alexander als monarch en hoofd van de Oranjedynastie uiteindelijk meer baat heeft bij krachtige nationale gevoelens dan bij voortschrijdende Europese integratie. Meer Europa staat in de praktijk voor minder nationale soevereiniteit, minder natie, terwijl monarchieën zoals de Nederlandse het toch vooral daarvan moeten hebben.

Kort door de bocht gezegd: Willem-Alexander moet laveren tussen enerzijds meer Europese samenwerking, nodig geacht voor tal van grensoverschrijdende problemen, en anderzijds het bestendigen van de monarchie waarvoor de Oranjes steeds ijveren en waaraan zij hun bestaansrecht ontlenen.

Minder koningen

Wie naar de historische feiten kijkt, ontkomt niet aan de conclusie dat koningen en koninginnen in Europa op hun retour zijn. Een eeuw geleden waren monarchieën in Europa de regel en republieken de uitzondering. Dat is nu heel anders.

Van de 28 EU-lidstaten zijn er nog maar zes een monarchie: België, Denemarken, Nederland, Spanje, Zweden en Groot-Brittannië, het land dat praat over een uittrede uit de unie. Met het groothertogdom Luxemburg erbij kom je op zeven.

Bij de negentien EU-landen met de euro als betaalmiddel zitten vier monarchieën: Spanje, België, Nederland en Luxemburg. Allemaal met een man op de troon. De laatste euromunten met een koningin op de kopzijde (Beatrix) worden dus schaars.

De weinige monarchen die de Europese Unie nu kent, hebben alleen in eigen land nog een (bescheiden) rol. In de Brusselse EU-kantoren doen ze niet mee, hooguit worden ze er af en toe beleefd ontvangen. Troostrijk voor de Nederlandse koning is dat hij een grote populariteit geniet en dat de monarchie bij ons grondwettelijk stevig verankerd is. Zonder revolutie, zo leert de Europese geschiedenis, zal het koningshuis niet snel het loodje leggen.

STER reclame