EPA

Het is de nieuwste trend onder telecombedrijven: na KPN en Vodafone begint nu ook T-Mobile met een tv-dienst gericht op millennials, mensen die minder hebben met traditionele televisie.

Deze groep, geboren tussen pakweg 1980 en begin 2000, kijkt vaak minder naar lineaire tv (volgens de programmering) en vaker als het ze zelf uitkomt, via bijvoorbeeld Netflix en YouTube. Veel bedrijven zien hierin dan grote mogelijkheden voor de toekomst. 

In Amerika kiest deze groep er steeds vaker voor om hun tv-abonnement op te zeggen en alles via internet te kijken. Zij worden cord cutters genoemd, omdat ze hun tv-kabel figuurlijk doorsnijden. En die groep groeit in de VS met zo'n tien procent per jaar, volgens onderzoek van eMarketer.

Het aanbod

Ook in Nederland bestaat deze groep en telecombedrijven proberen daarop in te springen met apps gericht op live tv-kijken voor smartphones en tablets. KPN doet dat door middel van Play, dat kost 15 euro per maand. Vodafone heeft TV-Anywhere bedacht, deze dienst kost 5 euro per maand. KPN richt zich op alle internetgebruikers, je hoeft dus nog geen klant te zijn om Play te kunnen gebruiken. Bij Vodafone is dat wel het geval.

Daar komt T-Mobile nu bij met 'Knippr'. Klanten kunnen vanaf volgende maand de dienst uitproberen en Knippr is vanaf maart voor iedereen te gebruiken. Via de dienst wordt sowieso een basispakket van twaalf zenders afgenomen, verder zijn gebruikers vrij om te kiezen wat ze willen. Hoe duur de dienst wordt is nog onbekend. Knippr is straks beschikbaar via smartphones, tablets, de Chromecast en de Apple TV.

Grote vraag is of er ook in Nederland behoefte is aan zulke diensten. Kamiel Albrecht van onderzoeksbureau Telecompaper betwijfelt dat. "In Amerika is het cord cutten populair om dat daar de tv-abonnementen vrij duur zijn. Hier in Nederland ben je voor een paar tientjes klaar en heb je naast televisie ook bellen en internet. Er zijn weinig financiële redenen om over te stappen."

1000 gulden-vraag

"Er is in Nederland een groep cord cutters, maar deze groep is klein", voegt hoogleraar Maarten Reesink van de Universiteit in Amsterdam daaraan toe. "Deze groep groeit wel, maar langzamer dan de meeste mensen denken." 

Of de tv-diensten van providers te vroeg komen vindt Reesink last te beantwoorden. "Dat noemden wij vroeger altijd de 1000 gulden-vraag, waar iedereen het antwoord op wil hebben. Uiteindelijk weten we dat pas over een paar jaar."

STER reclame