DPA

Bijna geen van de geweldsmisdrijven tegen asielzoekerscentra in Duitsland wordt opgelost. Van de meer dan 200 gewelddadige aanvallen op centra in Duitsland in 2015, is maar in vier gevallen iemand veroordeeld. Dat blijkt uit onderzoek van het Duitse blad Die Zeit.

Journalisten van het blad hebben alle aanslagen in kaart gebracht waarbij slachtoffers zijn gevallen of hadden kunnen vallen. Het gaat om brandbommen, brandstichtingen of stenen door de ruit. Bij het overgrote deel van de misdrijven is geen spoor van de daders gevonden.

Het aantal aanvallen tegen vluchtelingenopvangcentra is dit jaar enorm toegenomen. Vooral brandaanslagen komen meer voor. In januari waren dat er nog twee, in oktober dit jaar twintig. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste brandbommen- en stichtingen in de deelstaat Saksen plaatsvinden. 

Daders kiezen vaker een bewoonde vluchtelingenopvang als doelwit. Bij de aanslagen zijn 104 mensen raakten gewond.

Vooral 's nachts 

Het is volgens Die Zeit zo moeilijk om daders te vinden doordat de misdrijven vaak 's nachts worden gepleegd en de daders snel weer verdwenen zijn. Soms worden molotovcocktails uit rijdende auto's naar de opvang gegooid. Bij branden vernietigt het vuur ook vaak het bewijs. 

Ook liggen veel opvangcentra afgelegen. Maar Die Zeit hoorde ook van rechercheurs dat ze op "een muur van zwijgende omwonenden" stuiten. Zeker als de opvang nog niet in gebruik is, keuren veel omwonenden de daad goed, denken de onderzoekers.

Dat verklaart nog niet het extreem lage ophelderingspercentage van deze misdrijven. Het komt ook door een gebrek aan personeel. Op de plekken waar de aanval met veel personeel en technische snufjes is onderzocht, worden ook meer misdrijven opgelost. Vooral in de voormalig Oost-Duitse deelstaten is een personeelstekort bij de politie. 

STER reclame