Koerdische Peshmerga-strijders lopen vlak na de herovering Sinjar in AFP

Onder de Iraakse stad Sinjar, die tot twee weken geleden in handen was van Islamitische Staat, is een enorm netwerk van tunnels gevonden. De ondergrondse gangen zijn gegraven door IS-strijders. Het zijn meer dan dertig tunnels met daarin kamers en elektriciteit.

De tunnels werden ontdekt door Koerdische Peshmerga-strijders, die Sinjar op 13 november heroverden op IS. Daarvoor zaten er zo'n 600 IS-militanten in de stad. Tijdens de bezetting door de terreurgroep werd Sinjar meerdere keren gebombardeerd door de internationale coalitie.

"De terroristen maakten een ondergronds netwerk om er te kunnen schuilen tijdens luchtaanvallen", zegt een Koerdische commandant tegen persbureau AP. "Ook sloegen ze wapens en explosieven op onder de grond. De tunnels dienden als een soort magazijn."

Op de beelden die de Koerden maakten, is te zien dat de ondergrondse gangen erg smal zijn. De tunnels zijn net hoog genoeg om erin te staan. In de kamers liggen onder meer kleren, kussens en medicijnen. 

Langs de wanden van de gangen liggen zandzakken opgestapeld en over het plafond lopen elektriciteitsdraden. De gangen verbinden verschillende huizen boven de grond. IS-strijders klommen de tunnels in via een groot gat in de vloer of muur van een woning. 

Het ondergrondse netwerk is niet het enige wat de Peshmerga-strijders ontdekten nadat zij Sinjar hadden heroverd op IS. Kort na de bevrijding vonden zij net buiten de stad een ​massagraf met de lichamen van tientallen jezidi-vrouwen.

In de stad hadden de IS-strijders verder veel bommen geplaatst. Iraaks-Koerdische troepen zijn nog altijd bezig met het opruimen van die explosieven.

STER reclame