Utrechts monument voor Joodse nazislachtoffers

Vanaf vandaag heeft Utrecht een monument voor Joodse oorlogsslachtoffers

Utrecht heeft sinds vandaag een monument met de namen van Joodse oorlogsslachtoffers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen 1239 Joden uit Utrecht om het leven, maar een herdenkingsplek voor deze slachtoffers had de stad tot nu toe niet.

Het nieuwe monument staat bij het Spoorwegmuseum en bestaat uit een zeven meter lange gedenkmuur. Daarop staan de namen van alle omgekomen Joden uit Utrecht. Verder maakte de Georgische kunstenaar Amiran Djanashvili een bronzen beeld van een 'sjofar', een ramshoorn die hoop uitdrukt in tijden van diepe droefenis.

Ereschuld

Utrecht was de enige grote stad zonder Joods monument. In 2012 richtte een groep inwoners een stichting op om daar verandering in te brengen. Na financiële bijdrages van onder meer particulieren, de gemeente Utrecht en de NS is het gelukt om alsnog een herdenkingsplek te maken. Volgens de initiatiefnemers is na zeventig jaar een "ereschuld" ingelost.

De plek van het monument, bij het Spoorwegmuseum, is niet toevallig gekozen. Het museum zit in het vroegere Maliebaanstation. Hier werd het merendeel van de Utrechtse Joden op transport gesteld naar kamp Westerbork. In de directe omgeving zaten ook de hoofdkantoren van de NSB en de Nederlandse SS.

In het Spoorwegmuseum is de komende weken een fotoserie te zien over de totstandkoming van het Joods monument.