Stichting Verhalis

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat op de grens van Nederland en België een hek verrees dat onder stroom werd gezet. Een hek van 350 kilometer lang van de Belgische kust tot het Drielandenpunt in Limburg. Het werd gebouwd door de Duitsers, die in de Eerste Wereldoorlog het grootste deel van België bezet hielden. Ze wilden verhinderen dat Belgen de grens met het neutrale Nederland overstaken. 

Om de aanleg van dat hek te herdenken is tussen Zundert in Noord-Brabant en Wuustwezel in België een monument opgericht. Er is een reconstructie van een stuk van de draad gemaakt en een herdenkingsveld aangelegd. 

Reconstructie van dodendraad bij Zundert

De draad moest onder andere Duitse deserteurs tegenhouden en Belgen die zich wilden aansluiten bij het Belgische leger dat zij aan zij met de Britten vocht in de niet-bezette zuidwesthoek van België. Er werden manshoge palen geplaatst die bekleed werden met dodelijke draden, waar 2000 volt doorheen ging. Het stroomhek stond tussen twee normale hekken.  

De lichtste aanraking met de draden was meteen dodelijk. “Je ingewanden werden gekookt”, zegt geschiedkenner John Frijters. Langs het hele traject werden waarschuwingsborden geplaatst, maar veel mensen waren onbekend met het fenomeen elektriciteit en dat leidde behalve tot de dood van vluchtelingen en smokkelaars ook tot veel toevallige slachtoffers. 

Hoeveel mensen om het leven kwamen door de 'Todesstreifen' is nooit precies bekend geworden. Het waren er in elk geval honderden. Bovendien konden veel vluchtelingen door de draad geen contact meer hebben met hun familie aan de andere kant. En ook wie vanuit Nederland terug naar huis wilde, kon dat vanwege de draad niet meer. Het bestaan van de Dodendraad had dus verstrekkende gevolgen.

De draad kon echter niet voorkomen dat naar schatting 25.000 mensen tóch illegaal de andere kant bereikten zonder geëlektrocuteerd te worden. Dan namen ze een beveiliging tegen de draad mee zoals een rubbermat, fietsbanden of een dubbele trap. 

Een passeursraam kon gebruikt worden om tussen de draden door te kruipen NOS / Trudy van Rijswijk

Heel geliefd waren de passeursramen. Die waren gemaakt van hout, en konden worden ingeklapt. Je kon ze tussen de draden zetten, en dan had je een doorgang van zo’n 50 centimeter om door de afzetting te kruipen. Nog steeds heel riskant dus, maar het is heel veel mensen gelukt. 

Om de grens te markeren hebben vrijwilligers vandaag witte krokusbollen geplant, over een afstand van 10 km. De bolletjes zullen begin volgend jaar in bloei komen. Dat is ook het moment waarop de aanleg van de Dodendraad 100 jaar geleden voltooid was. 

STER reclame