Westen argwanend over Russische aanvallen

AFP

De ministers van Buitenlandse Zaken van Groot-Brittannië, Frankrijk en de VS hebben in identieke bewoordingen hun zorg en argwaan uitgesproken over de luchtaanvallen die Rusland vandaag uitvoerde in Syrië. 

Volgens de drie landen is het zeer de vraag of de Russische luchtmacht Islamitische Staat of al-Nusra (de Syrische tak van al-Qaida) onder vuur heeft genomen. De Franse minister Fabius zegt dat het erop lijkt dat juist de gematigde oppositie is aangevallen. 

Informatie-oorlog

Leden van gematigde Syrische verzetsgroepen beweren dat Russische vliegtuigen vooral burgerdoelwitten en enkele van hun stellingen hebben aangevallen. Moskou ontkent dat en bestempelt de aantijgingen als "onderdeel van een informatie-oorlog". 

Die gematigde oppositie-partijen worden door het Westen gesteund in hun strijd tegen het regime van president Assad. Rusland is een bondgenoot van Assad en bindt op verzoek van Assad de strijd aan tegen "het terrorisme". 

De Amerikaanse minister John Kerry zegt dat als de beweringen kloppen, dit voor de VS reden is voor ernstige zorgen. Temeer daar de aanvallen werden gepleegd zonder overleg met de VS en zijn bondgenoten die in Syrië actief zijn.

Waarschuwing

De Britse minister Hammond stelde tijdens een bijeenkomst van de VN-Veiligheidsraad dat Rusland moet bewijzen dat het vanmorgen niet de gematigde oppositie onder vuur heeft genomen. Volgens Hammond zijn militaire acties die het regime van Assad ondersteunen onverenigbaar met de strijd tegen terrorisme.

Ook zijn Franse collega Fabius wees daarop. Frankrijk wil alleen deelnemen aan een door Rusland voorgestelde anti-IS coalitie als alleen IS doelwit is, als het Syrische regime stopt met het bombarderen van het eigen volk en als er in Syrië - zonder Assad - onderhandeld wordt over een politieke oplossing.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius en zijn Amerikaanse collega John Kerry AFP

Een woordvoerder van minister Kerry zei dat de militaire acties van vandaag de strategie van Rusland in een bedenkelijk daglicht plaatsen. Die lijkt nu vooral gericht op het versterken van de positie van Assad. "Maar toen president Poetin en president Obama elkaar deze week bij de VN spraken, ging het juist vooral over de noodzaak van een politieke transitie in Syrië." 

Ook NAVO-baas Jens Stoltenberg uitte zijn zorgen. "Ik ben bezorgd over berichten dat IS niet het doelwit was. En ik ben helemaal bezorgd over het feit dat de Russen geen enkele poging hebben gedaan om te voorkomen dat deze aanvallen problemen hadden kunnen opleveren voor de door de Amerikanen geleide coalitie die IS in Syrië bestrijdt." 

Olie op het vuur

Intussen heeft de voorzitter van de buitenlandcommissie in het Russische Hogerhuis olie op het vuur gegooid door te stellen dat Moskou ook buiten de Syrische grenzen luchtaanvallen kan laten uitvoeren. 

"Anders zouden onze pogingen om terrorisme te bestrijden geen enkele betekenis hebben", aldus Konstantin Kosachyov, die er op wees dat Poetin vandaag niet voor niets toestemming kreeg van het parlement voor militaire acties zonder dat daarbij een specifiek land werd genoemd.

De zorg in het Westen is dat in dit parlementsbesluit ook geen specifieke vijand wordt genoemd, maar gesproken wordt van "een anti-terroristische strijd". 

STER Reclame