ANP

Bijna een jaar na de ramp met vlucht MH17 is van twee Nederlandse slachtoffers nog altijd geen spoor gevonden. Sinds augustus 2014, toen de eerste stoffelijke resten van slachtoffers aankwamen in Nederland, zijn forensische experts in de Korporaal Van Oudheusdenkazerne in Hilversum aan het werk geweest om de identiteit van de slachtoffers vast te stellen.

Van vrijwel alle monsters is bruikbaar DNA-materiaal vergeleken met dat van familieleden. Van Alex Ploeg (58) uit Maarssen en Gary Slok uit Maassluis (16) is geen materiaal gevonden.

Het kabinet beloofde nabestaanden dat het identificatieproces uiterlijk 1 juli klaar zou zijn. Om ook de laatste twee slachtoffers te kunnen identificeren is zelfs het onderzoeksteam van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO), uitgebreid. Tot op heden dus zonder resultaat.

Voortgang strafrechtelijk onderzoek

Geen positieve identificatie

De nabestaanden van de twee slachtoffers hebben van hun familierechercheur tot op de dag van vandaag geen bericht gehad dat hun familielid gevonden is. Er bestaat geen twijfel aan dat ze aan boord waren. Zo zette Gary Slok vlak voor hij op 17 juli opsteeg nog een foto van zichzelf en zijn moeder in het vliegtuig op Facebook.

De familie van Alex Ploeg heeft afscheid van hem genomen tijdens de uitvaart van zijn vrouw Edith en zoon Robert, die in november werden geïdentificeerd.

Monsters

Er zijn de afgelopen elf maanden vele duizenden stoffelijke resten van de 298 slachtoffers onderzocht. Nu er geen monsters meer zijn om te onderzoeken, krijgen de nabestaanden die dat willen de stoffelijke resten van hun geliefden.

Velen van hen wilden dat pas als alle beschikbare monsters, weefsels en botfragmenten waren onderzocht op DNA-materiaal. Zodoende kunnen deze tegelijk begraven worden.

Werk gaat door

Dat alle resten en weefsels zijn onderzocht betekent niet dat het werk voorbij is, zegt een woordvoerder van het onderzoeksteam. “Van sommige samples kunnen we nu geen bruikbaar DNA-materiaal halen. We moeten dit prepareren om ze te kunnen bewaren, zodat we dit later alsnog kunnen als de technieken er zijn.”

Ook wordt er op de rampplek zelf nog onderzoek gedaan, waarbij wellicht nog menselijk materiaal wordt gevonden.

STER reclame