Waarom de Grieken niet kunnen betalen

tijd van publicatie
EPA

De Grieken hebben veel leningen uitstaan, die ze mogelijk niet meer terug kunnen betalen. Waar zijn die schulden ontstaan, en waar is al het geleende geld naartoe gegaan?

Bijgedrukt geld

Een groot deel van de financiële problemen van Griekenland vindt zijn oorsprong in de jaren na het verdwijnen van de militaire dictatuur in de jaren 70. De socialistische Pasok-partij wilde de sociale voorzieningen uitbreiden, zonder meer belasting te heffen, verklaart Ivo Arnold, hoogleraar monetaire economie aan de Nyenrode Business Universiteit.

"Dat kun je oplossen door geld te lenen of geld bij te drukken. Toen ze nog een eigen munt hadden, hebben de Grieken geld bijgedrukt." Dat leidde tot enorme inflatie, blijkt uit cijfers van de ECB. De Griekse inflatie bedroeg tussen 1975 en 1991 zo’n 17 procent per jaar.

Het geld is een beetje verjubeld door de Griekse overheid. Het is geïnvesteerd in het overheidsapparaat, in plaats van dingen die de economie moderner zouden maken.

Ivo Arnold, econoom

Toen de Grieken in 2001 bij de euro kwamen, konden ze geen eigen geld meer bijdrukken en moesten ze lenen. Dat was in euro’s wel een stuk makkelijker dan in hun oude munteenheid, de drachme. "De drachme werd vaak minder waard ten opzichte van andere munten. Daar betaal je voor als je geld leent", aldus Arnold. Dat zogenoemde valutarisico was er bij de euro niet. 

Blunder

Dat is het moment dat het fout is gegaan, denkt Arnold. "Het valutarisico was verdwenen, maar daar kwam het risico dat de staat de leningen niet meer zou kunnen afbetalen voor terug. Er was een kredietrisico." Beleggers en overheden hebben dat niet goed ingeschat, vindt hij.

Toezichthouders hebben hier een grote blunder begaan.

Ivo Arnold, econoom

Tot aan de crisis in 2008 waren beleggers en financiële markten optimistisch. Ze hoopten dat het geleende geld zou leiden tot economische groei. "Maar het geld is een beetje verjubeld door de Griekse overheid. Het is geïnvesteerd in het overheidsapparaat, in plaats van dingen die de economie moderner zouden maken, zoals een goed werkende belastingdienst of een adequate infrastructuur."

Ondertussen mochten commerciële banken onbeperkt Griekse staatsschuld op hun rekening hebben. "Toezichthouders hebben hier een grote blunder begaan", vindt Arnold. "Ze hebben altijd gezegd dat staatsschulden van Europese overheden risicoloos zijn. Die konden immers niet failliet gaan." De Griekse staatsschuld had relatief een iets hoger rendement, en was dus aantrekkelijk.

Eigen schuld

Daardoor hebben veel banken de Griekse overheid na de toetreding tot de euro geld geleend. Toen de crisis kwam, was de Griekse overheid niet kredietwaardig genoeg om de klappen op te vangen.

Commerciële beleggers, zoals banken, wilden van hun leningen af. En omdat Europese overheden bang waren dat het financiële systeem zou instorten als deze banken voor de verliezen zouden opdraaien, hebben ze een groot deel van de schulden overgenomen. "Veel van het geld dat Griekenland als steun gekregen heeft, is daarvoor gebruikt", aldus Arnold.

In 2010 en 2012 kreeg Griekenland bij elkaar 244 miljard euro aan steun, in de vorm van leningen, van onder meer het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Europese Commissie (EC) en de Europese Centrale Bank (ECB).

Het grootste deel van dit geld is gebruikt om dezelfde banken te betalen die Griekenland voor de crisis nog gretig geld hadden uitgeleend. Volgens de Britse krant The Guardian is zelfs maar minder dan 10 procent van het bedrag in de staatskas beland.

STER reclame