Voorhoeve: eindelijk weet ik waarom er geen luchtsteun kwam

tijd van publicatie

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Voorhoeve weet eindelijk waarom luchtsteun uitbleef

Als de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië in de zomer van 1995 niet in het geheim hadden besloten geen luchtaanvallen meer uit te voeren op Servische doelen was de val van Srebrenica mogelijk voorkomen. Dat zegt Joris Voorhoeve, destijds minister van Defensie, tegen de NOS. Hij reageert daarmee op een documentaire van Argos, die vanavond wordt uitgezonden op NPO 2. 

In de documentaire komt naar voren dat westerse bondgenoten al eind mei 1995 besloten om geen luchtaanvallen meer uit te voeren op Servische doelen. Het besluit was ruim anderhalve maand voor de val van Srebrenica en de daaropvolgende massamoord. Ook zou bekend zijn geweest dat een aanval op Srebrenica ophanden was. 

Belofte

Voorhoeve zegt dat minister Van Mierlo noch premier Kok noch hijzelf geïnformeerd is over het besluit. Hij zegt dat de Nederlandse regering zich vasthield aan de belofte die was gedaan door de VN om binnen twee uur luchtsteun te verlenen als daarom zou worden gevraagd. "Als we wel op de hoogte waren gesteld van het besluit van 28 mei hadden we onmiddellijk actie ondernomen en hen aan de belofte herinnerd."

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'Het risico van massamoord is onderschat'

De oud-minister zegt dat hij er een paar maanden geleden achterkwam dat er in het geheim een besluit was genomen door de bondgenoten van Nederland. Hij vond die informatie na bestudering van documenten die de voormalige Amerikaanse president Clinton twee jaar geleden vrijgaf. 

'Het was nalatig'

Voorhoeve denkt dat de Nederlandse regering dan "een behoorlijke kans" had gehad om alsnog af te dwingen dat er "tijdige en forse" luchtsteun zou komen. In de praktijk is sinds 6 juli 1995, toen het offensief van de Bosnisch-Servische legerleider Mladic begon, in totaal negen keer verzocht om luchtsteun. "Pas op het allerlaatste moment, toen het al te laat was, is er een heel kleine luchtsteunactie goedgekeurd."

"Het was nalatig om Nederland niet te informeren", concludeert Voorhoeve. "Dat hoort zo niet in een bondgenootschap." De verantwoordelijken voor het besluit waren de Britse premier Major, de Franse president Chirac en de Amerikaanse president Clinton. 

Dan was Mladic volgens mij van koers veranderd, had hij halt gehouden rond de enclave, hem afgeknepen maar niet onder voet gelopen.

Oud-minister Voorhoeve over de mogelijkheid dat er eerder luchtsteun was gekomen

Vooral Groot-Brittannië en Frankrijk zouden erop hebben aangedrongen de luchtacties te staken. Dat had ermee te maken dat er eind mei meer dan driehonderd Britse en Franse militairen werden gegijzeld door Mladic. "Dat was een enorme afgang voor beide mogendheden. Ze wilden niet opnieuw prestigeverlies lijden. Maar bij het besluit werd de kwetsbare positie van Srebrenica over het hoofd gezien."

Volgens Voorhoeve had luchtsteun een groot verschil kunnen maken. "Dan was Mladic volgens mij van koers veranderd, had hij halt gehouden rond de enclave, hem afgeknepen maar niet onder de voet gelopen. Dan was een enorm dringend humanitair probleem ontstaan, er zaten immers 40.000 mensen. Maar de VN had tijd gehad om de bevolking op ordelijke manier te evacueren naar Centraal-Bosnië. Nu deed Mladic dat, waardoor de massamoord kon plaatsvinden."

Voorhoeve sprak zich tien jaar geleden in het tv-programma Spraakmakende Zaken tegenover Paul Rosenmöller al eens uit over mogelijke voorkennis over een aanval op Srebrenica. Hij kreeg van de Nederlandse militaire veiligheidsdienst te horen "dat er in ieder geval twee grote leden van de VN-Veiligheidsraad wisten dat de Serviërs van plan waren de komende weken de drie oostelijke enclaves onder de voet te lopen: Srebrenica, Zepa en Gorazde."

STER Reclame