ANP
NOS Nieuws Politiek

Wat wil het kabinet met de belastingen?

Het kabinet rekent erop dat er een netto lastenverlichting van 5 miljard euro kan worden doorgevoerd. "De uiteindelijke omvang is afhankelijk van de beschikbare budgettaire ruimte", schrijft het aan de Tweede Kamer. 

Een lastenverlichting van die omvang betekent volgens het kabinet dat werkenden er gemiddeld 1,5 tot 3 procent in koopkracht op vooruit gaan. Ze gaan zo'n 800 tot 2000 euro per jaar minder inkomstenbelasting betalen. 

Het kabinet schrijft daarbij dat de gunstige effecten voor werknemers niet ten koste mogen gaan van de koopkracht van niet-werkenden. Die moet stabiel blijven.

Impuls

Het idee achter de plannen is dat het voor werkgevers aantrekkelijk wordt om mensen in dienst te nemen en dat het voor werknemers aantrekkelijker wordt om een baan te zoeken of meer te gaan werken. 

Bovendien zullen mensen meer gaan uitgeven, wat een impuls aan de economie geeft. Het kabinet denkt dat de belastingherziening uiteindelijk misschien 60.000 banen kan opleveren. 

Het kabinet wil deze hoofdlijnen sowieso doorvoeren

- Het belastingvoordeel voor mensen met een laag inkomen en kinderen tot 12 jaar gaat omhoog. Dat geldt ook voor de toeslag voor de kinderopvang. Deze twee maatregelen moeten ervoor zorgen dat meer ouders gaan werken; 

- Er wordt zo'n 500 miljoen euro uitgetrokken voor een gericht loonkostenvoordeel, waardoor het voor werkgevers aantrekkelijker wordt om mensen met lage inkomens aan te nemen; 

- Er komt een forse intensivering van de arbeidskorting voor inkomens tot 50.000 euro;

- De tarieven in de tweede en derde belastingschijf worden verlaagd van 42 naar 40 procent. Dat betekent dat de middeninkomens minder belasting gaan betalen;

- De ondergrens van de vierde, hoogste belastingschijf gaat met 8000 euro omhoog. Dat betekent dat minder mensen onder dit toptarief van 52 procent gaan vallen en de groep middeninkomens groter wordt; 

- Verder wil het kabinet iets doen aan de vermogensrendementsheffing. Dat is de belasting over de verwachte winst op spaar- en beleggingsrekeningen. Nu wordt uitgegaan van een rendement van 4 procent, waarover 30 procent belasting moet worden betaald. Maar sparen en beleggen levert meestal minder op dan 4 procent. Het kabinet wil daarom regelmatig kijken of het verwachte rendement moet worden aangepast, maar: "Het tarief van 30 procent blijft ongewijzigd". 

Er is ook een lijstje met "mogelijke maatregelen", waarvoor nog draagvlak moet worden gezocht

- Zo wil het kabinet nog met D66, ChristenUnie, SGP en GroenLinks bespreken hoe zij staan tegenover het verhogen van lage btw-tarieven voor producten en diensten van 6 procent naar 21 procent. Als het aan het kabinet ligt, blijven alleen voedingsmiddelen onder het lage btw-tarief vallen;

- Ook een verdere "vergroening" van het belastingstelsel ligt nog op de onderhandelingstafel, net als het geven van meer mogelijkheden aan gemeenten om zelf belastingen te heffen. 

STER reclame