ANP

Er moet één inspectieorgaan komen dat toezicht houdt op alle zorg die gemeenten leveren. Dat schrijft de Transitiecommissie Sociaal Domein in zijn tweede rapportage over de zorghervormingen. Die commissie kijkt achter de schermen hoe de overheveling van zorgtaken van rijk naar gemeenten verloopt.

Nu opereren er vijf inspectiediensten op het terrein van zorg en ondersteuning. Dat zijn de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Inspectie Jeugdzorg, de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, de Inspectie van het Onderwijs, en de Inspectie SZW. De commissie vindt dat onzinnig.

Kanteling

“Gemeenten moeten maatwerk leveren, dwars door grenzen van werkterreinen heen. Maar de overheid zelf maakt die omslag nog niet. Eén regisseur, één plan per gezin, betekent ook één toezichtsorgaan waarmee gemeenten zaken kunnen doen,” zegt commissievoorzitter Han Noten. Dat betekent niet dat alle inspecties moeten worden opgeheven. “Maar organiseer het wel zo dat gemeenten slechts één loket hebben.”

De Transitiecommissie constateert verder dat er weinig ernstige incidenten zijn geweest sinds gemeenten meer zorgtaken uitvoeren. Gemeenten houden de zorg voor cliënten op peil door op tijd afspraken te maken met zorgaanbieders.

Zorgen arbeidsmarkt

De commissie merkt verder op dat er te weinig vernieuwing is in de manier waarop gemeenten zorg organiseren. Zo komen er nauwelijks nieuwe banen bij in de commerciële dienstverlening. Het kabinet rekende erop dat het ontstaan van zo’n nieuwe markt een deel van het banenverlies in bijvoorbeeld de huishoudelijke hulp kon compenseren. De commissie wil nu dat staatssecretaris Van Rijn en minister Asscher snel om de tafel gaan met alle partijen voor een plan van aanpak.

Ook de administratieve lastenverzwaring is een punt van kritiek. Noten: “Het idee van de hervormingen is juist een minimale regeldruk. In de praktijk zien we dat alle partijen nu toch weer allerlei protocollen invoeren.” Ook hanteren gemeenten nog te weinig dezelfde administratieve afspraken.

Onduidelijk

De commissie schrijft verder dat gemeenten en zorgaanbieders verschillende verwachtingen hebben. Op sommige plaatsen koopt een gemeente veel minder zorg in dan zorgaanbieders denken. En in de praktijk blijken er dan ook nog eens veel minder mensen voor zorg aan te kloppen dan de gemeente had verwacht. “Dat roept vragen op”, zegt Noten. “Hebben er echt minder mensen zorg nodig, of kunnen die mensen de weg niet vinden? Of halen ze de zorg op een andere plek dan gedacht? Daar moet meer onderzoek naar worden gedaan.”

STER reclame