Brazilië wil als gastland meedoen aan het olympisch hockeytoernooi NOS

Een voor een rijden ze rond half acht 's ochtends het terrein van hockeyclub SCHC op, in gehuurde auto's waaruit harde muziek klinkt. De spelers van het Braziliaanse team, vrijwel allemaal een dikke jas aan en muts op het hoofd, stappen uit. Ze zijn in Nederland om te werken aan hun missie: hockeyen op de Olympische Spelen in eigen land.

Want behalve de wereldberoemde voetbalploeg en de ijzersterke volleyballers, wil Brazilië in Rio de Janeiro ook graag een hockeyteam afvaardigen. Of eigenlijk, het is de wereldhockeybond FIH er alles aan gelegen om het thuispubliek enthousiast te krijgen voor de in olympische verdrukking geraakte sport. 

Waardig deelnemen

Dus wordt er in het land van 200 miljoen inwoners, maar slechts enkele honderden hockeyers, hard aan gewerkt om een fatsoenlijke nationale ploeg op de been te brengen. Als organiserend land hoeft Brazilië geen kwalificatietoernooien te doorlopen om mee te mogen doen, maar de officiële eis luidt wel dat het 'met waardigheid kan deelnemen' in Rio.

Braziliaans in Bilthoven

Aan bondscoach Cláudio Rocha de taak om de Braziliaanse hockeyers die waardigheid bij te brengen. Rocha was in 1998 een van de initiatiefnemers van de eerste nationale ploeg. 

Hij speelde vervolgens 55 interlands. Eerst als keeper, later als laatste man. Toen hij de kans kreeg om als coach het team en de sport naar een hoger niveau te brengen gaf Rocha er zijn baan als advocaat voor op. "Omdat hockey mijn passie is en ik met Brazilië naar de Spelen wil."

Cláudio Rocha is oprichter van de nationale ploeg waarvan hij keeper, verdediger en coach was NOS

De bondscoach krijgt daarbij hulp uit onverwachte hoek, want de Nederlandse broers Yuri en Patrick van der Heijden hebben al de nodige interlands gespeeld voor Brazilië, sinds ze tijdens een vakantie in het land van hun moeder voor de lol een middagje meetrainden.

Krokodil naast het veld

Yuri, in Nederland speelt hij voor overgangsklasser Laren, geniet van zijn Braziliaanse avontuur. "Het is zo gaaf. Als ik met de nationale ploeg op pad ben, maak ik de mooiste dingen mee." 

"Zo wilde ik tijdens een training net buiten Rio een bal halen die ik over het hek had geslagen, zag ik daar ineens een krokodil liggen. Ik schrok me de pleuris, pakte de bal en rende heel snel weer terug."

Ook de 16-jarige Nederlander Paulo Duncker, met zijn blonde haren een opvallende verschijning, traint mee. Hij speelt in de jeugd van Oranje Zwart en kijkt zijn ogen uit bij Brazilië. "Het is af en toe wel een chaos. Iedereen roept maar door elkaar, ook in het veld."

Toch zou de in Brazilië geboren Duncker die ervaring niet willen missen. "Oranje zal ik nooit halen, zo goed ben ik echt niet, maar nu maak ik toch ineens kans om naar de Olympische Spelen te gaan."

Volgend jaar sta ik op het veld met spelers die ik van tv ken.

Bruno Sousa, Braziliaans hockey-international

"Dat is de ultieme droom", zegt Bruno Sousa met een stralende lach als het moment ter sprake komt dat tijdens de Spelen het Braziliaanse volkslied zal klinken voor de hockeyploeg. 

"Het zou geweldig zijn om te spelen tegen hockeyers als Sander de Wijn en Moritz Fürste. Normaal zie ik die op televisie en over een jaar sta ik samen met ze op het veld." Dat klinkt stellig, maar zover is het echt nog niet. 

Om deel te mogen nemen is 'waardigheid' dus het toverwoord. Concreet betekent dat een plek bij de eerste dertig op de wereldranglijst of een topzes-notering bij de Pan American Games.

Alles of niets in Canada

Aan die eerste voorwaarde heeft Brazilië alvast niet voldaan. Tijdens het meetmoment, eind 2014, stond het land 34ste van de wereld. Het zal dus moeten gebeuren bij de PanAm Games, over dik drie maanden in Toronto.

Tot die tijd bereidt Brazilië zich in Europa voor op dat belangrijke evenement. De komende weken zullen de Braziliaanse instructies en juichkreten dus nog vaak te horen zijn op de Nederlandse velden.

STER reclame