Slachtoffers Hongerwinter in kaart gebracht

De sterfte tijdens de hongerwinter

De beruchte Hongerwinter van 1944-1945, waarin burgers in het westen van Nederland zwaar te lijden hadden onder voedselgebrek en kou, is deze winter precies 70 jaar geleden.

De Zuiderkerk in Amsterdam werd tijdens de Hongerwinter tijdelijk ingericht als noodmortuarium, omdat de vele doden niet allemaal direct begraven konden worden vanwege de vorst en een tekort aan kisten.

1/2De Zuiderkerk in Amsterdam werd tijdens de Hongerwinter ingericht als noodmortuarium Nederlands Fotomuseum
2/2Doodskisten in de Zuiderkerk voor de slachtoffers van de Hongerwinter Nederlands Fotomuseum

Voor het eerst is in kaart gebracht hoeveel mensen er in Nederland meer stierven in de periode september 1944 – mei 1945 in vergelijking met de jaren net na de oorlog.

Een team van onderzoekers van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en de Columbia University in New York berekende op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de zogenoemde oversterfte in die periode 58.000 is.

Daarvan stierven er ongeveer 32.000 in het tot het eind van de oorlog bezette West-Nederland. De onderzoekers gaan ervan uit dat 20.000 tot 25.000 van deze slachtoffers zijn gestorven als gevolg van de ontberingen tijdens de Hongerwinter. 

Explosieve stijging

Het precieze aantal slachtoffers is moeilijk vast te stellen omdat er in deze periode maar 8300 sterfgevallen officieel geregistreerd zijn met als doodsoorzaak ‘honger’. In veel gevallen was de doodsoorzaak onbekend.

De cijfers van de oversterfte in absolute aantallen laten een explosieve stijging zien, met name vanaf januari 1945, in de grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Ook in kleinere steden als Leiden, Haarlem en Delft is de stijging groot.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

De Spoorwegstaking treft ook de eigen bevolking

Bekijk je de oversterfte in percentages, dan blijkt dat die juist relatief groot was in (kleine) gemeenten buiten het hongerwintergebied.

Dat was het gevolg van de opmars van de geallieerden, die met hun operatie Market Garden in september 1944 het zuiden van Nederland bevrijdden.

Frontlinie

Bombardementen en gevechten in kleine gemeenten in Zuid-Nederland leveren daarom in verhouding een hoge oversterfte op. Met het verschuiven van de frontlinie zien we dan ook een verschuiving in de relatieve oversterfte in heel Nederland.

Toen de opmars na het mislukken van de Slag om Arnhem stokte, bleef Nederland maandenlang verdeeld in een bevrijd en een bezet deel. West-Nederland wachtte de Hongerwinter, toen de aanvoer van voedsel en brandstof werd geblokkeerd.

De NOS blikt vanavond terug op de Hongerwinter met gasten en reportages in een anderhalf uur durend programma vanuit de Zuiderkerk in Amsterdam op NPO 2 en NOS.nl, 20.25 - 21.50 uur.

STER Reclame