Bij de schietpartij werden zes mensen gedood. Daarna pleegde Van der Vlis zelfmoord ANP

De politiemedewerker die Tristan van der Vlis in 2008 een wapenvergunning verstrekte, had moeten weten dat de man psychische problemen had. Dat zeggen de advocaten van de nabestaanden en slachtoffers van de schietpartij in Alphen aan den Rijn. Ze hadden dat moeten weten, omdat Van der Vlis in 2006 gedwongen werd opgenomen in een instelling en daar was de politie bij betrokken. 

In een openbare hoorzitting in de rechtbank in Den Haag stellen de slachtoffers de Staat aansprakelijk. Ze eisen dat de politie erkent dat er fouten zijn gemaakt bij het verstrekken van de vergunning. De advocaten melden dat het in eerste instantie gaat om die erkenning. In een later stadium wordt per individu gekeken of er een schadevergoeding mogelijk is.

'Politie moet fouten Tristan erkennen'

Fouten

Gisteren werd al bekend dat een politiemedewerker informatie over de psychische problemen van Van der Vlis over het hoofd had gezien. Hij verklaarde dat de grote hoeveelheid werk daar de oorzaak van was. In de rechtbank grepen de advocaten van de slachtoffers dit aan om te benadrukken dat de politie fouten heeft gemaakt.

Volgens de advocaat van de politie bleek uit de registratie van de gedwongen opname van Van der Vlis geen direct gevaar. Hij noemt de formulering van de eisers te eenvoudig.

"Het is te kort door de bocht om te stellen dat de schietpartij in 2011 een direct gevolg is van het verlenen van de wapenvergunning in 2008" , meent de advocaat. Verder stelt de Staat dat Tristan van der Vlis ook een illegaal wapen had kunnen aanschaffen.

De uitspraak in de rechtszaak is op 4 februari.

STER reclame