PVV-leider Wilders reageert op het debat tussen de PVV en minister Asscher van Sociale Zaken in de Tweede Kamer over het integratiebeleid. ANP

Niet de PVV, maar de islam is ongrondwettig, vindt PVV-leider Geert Wilders. Hij is het oneens met de kwalificatie van minister Asscher van Sociale Zaken. Die noemde het in strijd met de Grondwet dat er volgens de PVV geen plaats is voor de islam in Nederland. Ook het pleidooi voor sluiting van alle moskeeën is volgens Asscher "in strijd met de kernwaarden van onze democratische rechtstaat".

Wilders laat desgevraagd weten dat Asscher het verkeerd ziet: “Als er iets ongrondwettig is dan is het de islam zelf: totalitair, gewelddadig, haatdragend voor afvalligen, homo's, vrouwen en christenen. We kunnen het iedere dag zien. Wij spreken de waarheid over de islam al vindt niet iedereen die aangenaam. Dat is onze plicht. Dat deden we en zullen we blijven doen. Ik zal me daar nooit voor excuseren. Ik ben er juist trots op.” 

Godsdienstvrijheid

In het debat zei PVV-woordvoerder Machiel de Graaf: “Moslims veranderen niet, assimileren niet, integreren niet. Nee, ze verbouwen op onze kosten Nederland tot hun eigen huis, met al die moskeeën." Op een vraag uit de Kamer of dit betekent dat de PVV geen godsdienstvrijheid wil voor moslims antwoordde De Graaf: "Inderdaad, wij willen geen islam in Nederland." 

Volgens Asscher gaat de PVV daarmee rechtstreeks in tegen het non-discriminatiebeginsel in de Nederlandse Grondwet: "De heer De Graaf heeft klip en klaar aangegeven dat moslims niet dezelfde rechten hebben als andere Nederlanders. Ze mogen niet het islamitisch geloof aanhangen, anders moeten ze het land uit. De heer De Graaf wekt de indruk allerlei soera’s uit zijn hoofd te kennen maar heeft geen enkel benul van wat in dit huis het allerbelangrijkst is, namelijk onze grondwet." 

Wilders ziet dat anders: “De PVV is geen one-issuepartij maar ik heb de partij wel opgericht om de islam te bestrijden. In ons verkiezingsprogramma stond al dat de islam wat ons betreft niet bij Nederland hoort, geen centimeter ruimte moet krijgen, een bedreiging is en moet worden bestreden. Ook dat het geen godsdienst is wat ons betreft (en dus ook niet onder de grondwettelijke bescherming van vrijheid van godsdienst zou moeten vallen).”

STER reclame