Henk van der Jeugd (l) en zijn collega's verzamelen poepmonsters Kysia Hekster / NOS

Ruim anderhalve week na de eerste uitbraak is het nog een raadsel hoe het vogelgriepvirus H5N8 op Nederlandse pluimveebedrijven kon toeslaan. Onderzoeker Henk van der Jeugd spreekt van een aaneenschakeling van gebeurtenissen die op zichzelf al onwaarschijnlijk zijn.

Het virus lijkt in de natuur uiterst zeldzaam, maar heeft wel zes boerderijen getroffen, die bovendien geen kippen buiten hadden lopen en waarvan er slechts twee onderling contact hadden.

Onschuldig

Het staat vast dat de ziekte uit Oost-Azië komt maar het is de vraag hoe het in Europa is beland. "Er zijn geen vogels die van Oost-Azië naar Europa vliegen. Bovendien is mij verzekerd dat er tussen die gebieden geen transport is van pluimvee", zegt Van der Jeugd.

Sinds maandag neemt Van der Jeugd samen met medewerkers van het Nederlands Instituut voor Ecologie monsters van poep en bloed van trekvogels. Het gaat om eenden, ganzen en zwanen. In twee weken zullen ze zo'n duizend monsters verzamelen, die worden onderzocht in het Erasmus MC in Rotterdam. 

Tot nu toe is H5N8 in het wild alleen gevonden bij een taling op het Duitse eiland Rügen, zo'n 50 kilometer van de besmette boerderij in Mecklenburg-Vorpommern. Volgens Van der Jeugd zegt dat weinig. "We weten niet hoe die eend het virus gekregen heeft. Hij kan het virus uit Siberië hebben meegenomen, maar het ook in Europa hebben opgelopen."

Poep van wilde vogels moet opheldering geven

Als blijkt dat trekvogels de besmetting hebben overgebracht, wordt de ophokplicht waarschijnlijk verlengd.

Onderzoeker Henk van der Jeugd

Toch denkt hij dat zijn onderzoek duidelijke conclusies kan opleveren. "Als we het virus op verschillende plaatsen bij een redelijk groot aantal vogels vinden, dan is de conclusie gerechtvaardigd dat het virus afkomstig is van trekvogels. Dat zou ertoe kunnen leiden dat de ophokplicht wordt verlengd. We hopen dan ook dat we niets vinden."

Als wilde vogels het virus hebben overbracht, zijn ze mogelijk besmet in Noord-Siberië. Het gaat dan om vogels die hier overwinteren, en in de zomer in Siberië vogels tegenkomen die in Oost-Azië overwinteren. Die vogels vliegen via de Asian-Pacific Flyway naar Oost-Azië en soms trekken ze zelfs naar Australië en Nieuw-Zeeland.

De mondiale vliegroutes van trekvogels Pinpin - Wikimedia Commons / Creative Commons 3.0 by-sa

Van der Jeugd wil ook onderzoek doen op broedplaatsen in Siberië. Daar wil hij bewijzen zoeken voor de theorie dat het virus via een soort estafette van oost naar west is gegaan. Daarbij zou het telkens op verschillende soorten vogels zijn overgesprongen.

Van der Jeugd zit met nog een vraag: "Hoe is het mogelijk dat een virus dat wij hier bij wilde vogels nog niet hebben gevonden, wel zes gesloten bedrijven is binnengedrongen, die ook nog eens geen contact met elkaar hadden?"

Opmerkelijk is dat de besmetting op de Nederlandse pluimveebedrijven niet heeft toegeslagen bij vrije uitloopkippen. En dat terwijl deze dieren bij normale griepvirussen tien keer zo vaak besmet raken als binnen-kippen.

Van der Jeugd sluit uit dat het virus in de bedrijven zelf is ontstaan. Ook lijkt het hem sterk dat het bijvoorbeeld door muizen is binnengebracht. "Wellicht zijn de regels voor hygiëne niet goed nageleefd. Dat bijvoorbeeld de laarzen bij het binnengaan van het bedrijf niet ontsmet zijn."

De kippen zijn zo gefokt dat al hun energie naar de groei gaat.

Onderzoeker Henk van der Jeugd

De sector is volgens Van der Jeugd kwetsbaar door de manier waarop ze werkt. "De kippen zijn zo gefokt dat al hun energie gaat zitten in groeien. Zo'n snelle groei gaat ten koste van het immuunsysteem."

Bij wilde vogels is dat heel anders. Die kunnen dan ook met virussen zijn besmet, zonder er ziek van te zijn. Laag-pathogene virussen zijn vooral onder wilde eenden heel gewoon.

"Van der Jeugd acht de vergelijking met de ondergang van de indianen gepast. Na de komst van Columbus naar Amerika stierf in een eeuw 95 procent van de indiaanse bevolking uit. Dat kwam doordat indianen geen weerstand hadden opgebouwd tegen Europese ziektes. “Zo’n scenario dreigt ook voor de pluimveesector: massale sterfte door een ziekte van buiten. De kippen op de pluimveebedrijven zijn bijzonder kwetsbaar.”

STER reclame