De Surinaamse president Bouterse is de hoofdverdachte in het Decembermoordenproces EPA

Suriname moet zich bij de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) verantwoorden voor de omstreden Amnestiewet. De wet, die de verdachten van de Decembermoorden vrijuit laat gaan, werd twee jaar geleden door het parlement aangenomen. Sindsdien is het Decembermoordenproces geschorst. President Bouterse is hoofdverdachte in die zaak.

De mensenrechtencommissie van de OAS boog zich over de Amnestiewet, nadat de Surinaamse mensenrechtenorganisatie Allied Collective (AC) de zaak had aangekaart.

Volgens AC-voorzitter Robert Hewitt geeft de uitspraak van de OAS aan dat het Surinaamse parlement geen wetten kan tekenen die in strijd zijn met het internationale recht. "Degenen die getekend hebben voor de Amnestiewet zullen zich moeten verantwoorden tegenover de internationale gemeenschap", zegt Hewitt in het Surinaamse dagblad De Ware Tijd.

De OAS-commissie heeft Suriname vaker ter verantwoording geroepen. In februari 2013 leverde de organisatie kritiek op het feit dat Suriname in gebreke bleef bij het uitvoeren van een vonnis waarin strafvervolging van de daders van een bloedbad tijdens de binnenlandse oorlog in 1986 werd geëist.

Nabestaanden willen vervolging

De Amnestiewet wordt door velen gezien als het wettelijk ingrijpen in een lopende rechtszaak. In september vroegen ook de nabestaanden van de slachtoffers van de Decembermoorden om een oordeel van de OAS over de Amnestiewet. Ze willen dat het 8 december-strafproces wordt hervat. De nabestaanden eisen verder via een internationale procedure financiële compensatie en publieke excuses voor de gebeurtenissen.

Volgens advocaat Hugo Essed van de nabestaanden staan er geen concrete sancties op het niet naleven van een vonnis van de OAS. Toch is toetsing aan internationale verdragen volgens hem van groot belang. 

"Een uitspraak van de OAS hoort consequenties te hebben op de vonnissen van de Surinaamse rechters. Landelijke wetten zijn immers ondergeschikt aan internationale verdragen", zegt Essed. "Daarnaast is een internationale veroordeling slecht voor het imago van het land. Maar de ene regering tilt zwaarder aan imagoschade dan de andere."

STER reclame