'Ik ben de ratten oprecht dankbaar'

Aangepast

Door correspondent Joan Veldkamp in Seoul

"Vooral in de herfst was het van levensbelang dat je naast het schamele dagelijkse maisrantsoen zoveel mogelijk stukjes fruit en blaadjes groente probeerde te stelen van de velden. Je moest een buffer opbouwen om de winter door te kunnen komen. Wie dat niet lukte, was reddeloos verloren."

Dat zegt Kang Chol-hwan, schrijver van het boek 'De aquariums van Pyongyang'. Kang Chol-hwan was tien jaar oud toen hij in 1977 met zijn hele familie werd gedeporteerd uit de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang, naar het gevreesde strafkamp Yodok. Zijn grootvader had zich wel eens kritisch uitgelaten over De Grote Leider Kim Il-Sung. Hij werd gebrandmerkt als 'vijand van het volk' en de hele familie moest een heropvoeding ondergaan.

Het boek leest bijna als een handleiding: hoe te overleven in een strafkamp. Voor de hoofdpersoon Kang Chol-hwan was niets meer taboe. Hij werd een meester in het vangen en bereiden van ratten. "Alle maaltijden en aanvullende rantsoenen die ik aan de ratten te danken had, veranderden het beeld dat ik ooit van ze had. De ratten werden steeds nuttiger en waardevoller en ik ben ze oprecht dankbaar."

Ingestorte mijn

De familie had nog geluk. Ze behoorde tot de categorie 'verbeterbare misdadigers'. Die hadden nog een kans om ooit vrij te komen. In Yodok was echter ook een afgescheiden, maximaal beveiligd terrein waar de 'onverbeterlijke' gevangenen zaten, en hun kinderen. Zij hadden levenslang en zouden het kamp nooit meer verlaten.

"Die gevangenen werden teruggeworpen in de spookwereld van de onmensen. Ze waren nog net goed genoeg om zware arbeid te verrichten, tot hun dood. Ze vertegenwoordigden ongeveer zestig procent van de kampbevolking."

Kang Chol-hwan was in de tien jaar die hij doorbracht in Yodok getuige van martelingen en executies. Mensen werden behandeld als beesten. Velen heeft hij zien sterven door honger en uitputting.

Eén van de ergste herinneringen is die aan een ongeluk in een mijn waarin kinderen tewerk waren gesteld. Een deel van het bouwwerk stortte in en de kinderen moesten zelf de doden en gewonden onder het puin vandaan trekken. Direct daarna werden ze weer de mijn weer ingestuurd om hun productiequota te halen. "Wat ik heb geleerd van het kamp, is dat de menselijke verdorvenheid geen grenzen kent", stelt Kang Chol-hwan.

Gevlucht

In 1992, een paar jaar na zijn vrijlating uit Yodok, vluchtte hij naar Seoul. Daar geeft hij nu leiding aan het North Korea Strategy Center. Als ik hem bezoek in zijn kantoor, heeft hij net een belangrijke vriend begraven.

Hwang Jang yop was een Noord-Koreaanse topambtenaar die dertien jaar geleden naar Zuid-Korea vluchtte om het westen in te lichten over de verschrikkingen van het regime. De man was de godfather van gevluchte Noord-Koreanen in Seoul (zo'n twintigduizend man). De verslagenheid is groot.

Kang Chol-hwan oogt somber. Hij kwam in Seoul met de hoop dat er iets zou veranderen. De situatie in Noord-Korea verslechtert met de dag en ook het systeem van gevangenenkampen draait nog steeds op volle toeren. Maar nog steeds zit dictator Kim Jong-il stevig in het zadel. En daar komt geen verandering in zolang hij wordt gesteund door China.

Verslechtering

De gruwelverhalen uit het boek 'De aquariums van Pyongyang', behoren dus allerminst tot het verleden. "Als steeds meer gewone Noord-Koreanen weer honger lijden, dan zal de situatie in de kampen alleen maar nog erger zijn."

Hulporganisaties schatten het aantal politieke gevangenen op 20.000. Maar er zijn hele delen van Noord-Korea waar ze geen toegang toe hebben en waarin een onbekend aantal geheime kampen ligt.

"De Noord-Koreanen zijn verlamd door angst, verandering móet van buitenaf komen", zegt Kang Chol-hwan. De wereldgemeenschap zou volgens hem veel meer moeten doen om ze te bevrijden. "Want ze worden als slaven behandeld."

STER Reclame