Door verslaggever Pauline Broekema

Het Nationaal Glasmuseum is weer open. In Leerdam, vernieuwd en wel. Ondergebracht in twee dijkvilla's aan de Linge, uit het begin van de vorige eeuw. In een van de villa's woonde de directeur Cochius. Een bevlogen man die zijn stempel drukte op de vormgeving, en daarmee, vanaf de jaren dertig, op het Nederlandse interieur. Met toponderwerpers als Copier en Meydam werd het Leerdamse glas van een universele schoonheid. Eenvoudig, sierlijk van vorm zonder de tierelantijnen die eerder het glaswerk domineerden. Voor iedereen bereikbaar. Ook Berlage ontwierp voor de Leerdamse Glasfabrieken en de Bazel. Stoere serviezen, strak van vorm. Zelfs Frank Loyd Wright werkte voor Leerdam.

Gildeglas

In veel Nederlandse gezinnen is wel iets uit Leerdam te vinden. Zoals het beroemde gilde glasservies van Copier, ontworpen in de jaren dertig maar nog altijd een topper.

Negenduizend objecten heeft het Nationaal Glasmuseum en alles is te zien. In open vitrines langs de wanden van loopbruggen die de twee villa's met elkaar verbinden staan de stukken in een open depot. Er worden uiteraard wisselende exposities gehouden, zoals een grote installatie die Marc Mulders voor het Museum maakte.

Glasblazers

Het museum wil de glasindustrie een nieuwe impuls geven. In een atelier werken jonge glasblazers en dagelijks laten ze zien wat hun fascinerende werk inhoudt. De glasblazers voeren ontwerpen uit van vooraanstaande kunstenaars. De totale bouwkosten bedroegen vier miljoen, waarvan de gemeente Leerdam een miljoen voor zijn rekening nam.

Het museum is ook een kenniscentrum over glas en de hele collectie staat online.

STER reclame