Landsadvocaat: oorlogsmisdrijven in Indië zijn verjaard

Aangepast

Door redacteur Robert Bas

De executie van honderden mannelijke inwoners van het dorp Rawagede op Java op in 1947 door Nederlandse militairen was onrechtmatig. Maar de (oorlogs)misdrijven zijn verjaard en daarom moet de claim van weduwen van slachtoffers worden afgewezen. Dat stelt de landsadvocaat namens de Nederlandse Staat in een uitgebreid verweer dat woensdag bij de rechtbank in Den Haag wordt behandeld.

Nabestaanden van het bloedbad in Rawagede hebben de Staat in december van het vorig jaar aangeklaagd. De weduwen van de mannen die tijdens een actie van het Nederlandse leger in het dorp standrechtelijk werden geëxecuteerd willen dat Nederland erkent dat het onrechtmatig heeft gehandeld door de daders niet te vervolgen en ze willen financiële compensatie.

Verweer

In ruim veertig pagina's omvattend verweerschrift erkent de landsadvocaat dat de executies door Nederlandse troepen misdrijven waren. Maar de Staat vindt ook dat de claim van de weduwen moet worden afgewezen omdat deze misdrijven al begin jaren zeventig zouden zijn verjaard. Bovendien hebben Nederland en Indonesië in 1966 een streep onder het verleden gezet met de Financiële Overeenkomst. Daarin werd de afwikkeling van geschillen over het uiteen gaan van Nederland en Indonesië geregeld.

Rawagede is een van de zwaarste excessen uit de koloniale oorlog in Nederlands-Indië. Het Nederlandse leger zag het dorp als een centrum van opstandelingen. Op zoek naar een onafhankelijkheidsstrijder doorzocht het Nederlandse leger op 9 december 1947 het dorp. Vele mannelijke dorpsbewoners werden doodgeschoten. De schattingen van het aantal slachtoffers lopen uiteen van 150 (door Nederland) tot ruim 430 (door een Indonesische geestelijke).

Het Openbaar Ministerie stelde in 1948 een onderzoek in naar de gebeurtenissen maar besloot "uit opportuniteitsredenenen" af te zien van de vervolging van de verantwoordelijk majoor.

Geen excuses

De Nederlandse Staat heeft nooit excuses aangeboden of compensatie betaald aan de nabestaanden. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Bot heeft in 2005 wel spijt betuigd voor de gebeurtenissen. Ook is er een ontwikkelingsproject in het dorp gestart.

Volgens advocaat Liesbeth Zegveld, die de Staat namens de weduwen heeft aangeklaagd, is het voor de nabestaanden teleurstellend en onbegrijpelijk dat een beroep wordt gedaan op verjaring. "De ernst van de misdrijven, de erkenning van de Staat dat deze strafbaar waren en de ernstige gevolgen voor de slachtoffers maken een beroep op verjaring onaanvaardbaar", zegt Zegveld.

Ze wijst erop dat de Staat wel restitutieverzoeken van slachtoffers va de Tweede Wereldoorlog ondanks de verjaring wel in behandeling neemt. "We zullen de procedure tegen de Staat namens de slachtoffers daarom doorzetten", aldus Zegveld. Woensdag buigt de rechtbank zich over het vervolg van de procedure.

STER Reclame