Na de omgekeerde trechter gaat oliebedrijf BP een 'hoge hoed' inzetten tegen de olievlek die de Amerikaanse Golfkust bedreigt. De nieuwe stop is een stuk kleiner (ongeveer de grootte van een oliedrum) dan het 100 ton zware gevaarte dat er afgelopen weekend niet in slaagde het olielek op de zeebodem te dichten.

Omdat het apparaat kleiner is, hoopt BP dat er minder problemen zullen zijn dan bij de eerste poging. Afgelopen weekend bleek dat in de enorme metalen doos die het olieconcern over het lek wilde plaatsen ijskristallen ontstonden door het koude zeewater en de hoge druk. Zo raakte de opening verstopt. Daardoor kon de lekkende olie niet naar de oppervlakte worden gezogen om te worden afgevoerd.

Warm water

Omdat er minder water in de top hat kan, hoopt BP dat er dit keer geen ijskristallen worden gevormd. Bovendien kan er warm water in het vat circuleren, zodat bevriezing wordt voorkomen.

BP hoopt de top hat binnen drie dagen op de zeebodem te hebben, anderhalve kilometer onder het wateroppervlak. Door het lek stroomt naar schatting 800.000 liter olie per dag de Golf van Mexico in.

Afval

Ondertussen beraadt het bedrijf zich ook nog op een derde mogelijkheid: het schieten van afval in de lekkende oliebron. Door rubberen objecten als autobanden en tennisballen in het gat te vuren zou het mogelijk tijdelijk gedicht kunnen worden.

In aanvulling daarop boort BP momenteel een tweede schacht naar de oliebron, dat zal worden gebruikt om het lek met cement af te sluiten. Het boren van die vijf kilometer lange tunnel zal echter nog zo'n drie maanden duren.

BP is inmiddels al zo'n 275 miljoen euro kwijt aan de olieramp. Dat geld is gaan zitten in het bestrijden van de olievlek en het betalen van compensatie voor getroffen omwonenden.

Het bedrijf heeft op de Amerikaanse beurs 15 procent van haar waarde moeten inleveren sinds de explosie van het boorplatform Deepwater Horizon op 20 april. Bij de ontploffing kwamen elf mensen om het leven.

STER reclame