Mammoeten hadden een soort antivries in hun bloed. Het zorgde voor een toevoer van zuurstof, ook als de temperatuur onder nul daalde. Dat blijkt uit onderzoek van Canadese en Australische wetenschappers.

De wetenschappers schrijven in Nature Genetics hoe zij dna van enkele 43.000 jaar oude mammoeten weer tot leven wisten te wekken. Zo ontdekten zij dat de mammoeten meer manieren hadden om warm te blijven dan alleen hun warme vacht en kleine oren. De dieren beschikten over een antivriessysteem dat bestond uit een genetische afwijking in hun bloed. Dat zorgde ervoor dat, zelfs als het vroor, het eiwit hemoglobine zuurstof naar de cellen transporteerde. Iets dat bij de nu levende olifanten niet gebeurt.

"Onze studie is de eerste die een evolutionair belangrijk aanpassend vermogen van een uitgestorven soort reconstrueert met behulp van oeroud dna", zegt Michi Hofreiter van de universiteit van York, co-auteur van de studie, tegen de Britse krant The Guardian.

Zonder de genetische adaptatie hadden de mammoeten veel meer energie verloren in de winter en hadden ze veel meer moeten eten. Het rendier en de muskusos hebben soortgelijke genetische eigenschappen ontwikkeld.

STER reclame