Een man uit Venray heeft aangifte gedaan van de vondst, vier jaar geleden, van menselijke resten in een voormalige psychiatrische inrichting in Venray.

Hij moest samen met anderen het mortuarium van de inrichting leeg maken, omdat de GGZ zich in het gebouw zou gaan vestigen. In de kelder stonden emmers met afgehakte ledematen, hersenen, afgeknipte tenen en andere stoffelijke resten. 

In opdracht van zijn baas bij de GGZ moest de man ze in een koeling zetten, maar de volgende dag waren de resten verdwenen. De man kreeg zwijgplicht opgelegd.

'Oneerbiedig' Het incident bleef hem echter zo dwarszitten dat hij vier jaar later alsnog naar de politie is gegaan. "Ik kon er niet meer van slapen", zei hij. "Ik vind het oneerbiedig hoe daar met de doden is omgegaan."

Een woordvoerder van de GGZ-Noord- en Midden-Limburg zegt dat in de jaren negentig in het mortuarium obducties zijn gedaan voor wetenschappelijk onderzoek. Daarbij werden lichaamsdelen op sterk water gezet. Meer kon hij er niet over vertellen.

STER reclame