Nederlandse SS'ers hebben in de Tweede Wereldoorlog actief meegewerkt aan het uitmoorden van Joden aan het Oostfront. Dat blijkt uit dagboekfragmenten die historicus Evertjan van Roekel heeft gevonden in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Het Historisch Nieuwsblad publiceert er vandaag uitgebreid over.

Tot nu toe hielden Nederlandse veteranen die vrijwillig bij de Waffen-SS dienden altijd vol nooit te hebben geweten over de wandaden van de nazi's aan het Oostfront. Uit de dagboeken blijkt echter dat sommigen de gruwelen vanzelfsprekend vonden. "Het zal een ieder wel duidelijk zijn dat wij SS'ers onbarmhartig tegen de Joden optreden", pocht een schrijver.

Van Roekel bestudeerde dagboeken van militairen die bij de SS-divisie Wiking dienden, waar Scandinavische en Nederlandse vrijwilligers werden geleid door Duitse bevelhebbers. In totaal vochten zo'n 25.000 Nederlandse SS'ers voor de Duitsers.

Rabbijn opgehangen Zo ontdekte Van Roekel beschrijvingen van de moord op de Joodse inwoners van de Oekrainse stad Mariopol. "Mariopol viel in onze handen en de mooiste buit die wij ons hadden kunnen dromen was wel de 13.000 Joden die levend in onze vingers kwamen, maar er natuurlijk niet meer levend uit kwamen."

Een andere SS'er beschrijft in detail de moord op de Joodse bevolking van een andere stad. "Hoe mooi het was om in Tarnopol een opperrabbijn aan de toren van zijn synagoge op te hangen en toen de synagoge in brand te steken."

Tarnopol werd op 3 juli 1941 veroverd door de Duitsers. In de dagen na de verovering werden Joodse inwoners van de stad gemarteld, verkracht en doodgeschoten. In de eerste paar dagen kwamen 5000 mensen om het leven.

Vernederd Ook buiten de stad gingen de vernederingen en de moorden door. "Eerst hebben we de Joden geschoren. De ene helft van de baard laten zitten en de andere helft met de schaar weggeknipt. Bij anderen hebben we 't afgebrand met benzine. Aansluitend hebben we ze aan de commandant afgeleverd."

De slachtoffers overleefden het niet. "Ze werden langs een vijver gedreven en dan prrt prrt met een machinepistool. De volgende morgen heb ik de vijver gezien. Die was stokvol; doden, half-doden, enz. Een gebrul en een stank."

"Ik heb m'n zakdoek voor m'n mond gedaan want ik moest kotsen."

Slecht te lezen De moorden vonden plaats nog voordat de Duitsers overgingen tot het gestructureerd uitvoeren van de Holocaust. Pas maanden later werden vernietigingskampen als Chelmno en Belzec opgezet. In Oekraïne werden slachtoffers niet vergast, maar vaak ter plekke gefusilleerd.

Volgens Van Roekel heeft het zestig jaar geduurd voordat de oorlogsmisdaden van de Nederlanders aan het licht kwamen, omdat de dagboeken zo slecht te lezen waren. "Ze waren ontzettend moeilijk te ontcijferen. Ik heb er maanden over gedaan. Dat zal de reden zijn waarom iedereen over de gruwelijke passages heen heeft gelezen."

STER reclame