De politie in Dresden heeft traangas en een waterkanon ingezet om extreemlinkse en -rechtse demonstranten uit elkaar te houden. Daarbij zijn geen gewonden gevallen. Ook is er niemand gearresteerd. In de stad waren 1000 neonazi's uit heel Duitsland en omringende landen bijeen om het geallieerde bombardement op de stad in 1945 te herdenken.

Een grote politiemacht in de Oost-Duitse stad moest voorkomen dat demonstranten uit de twee betogingen met elkaar slaags raken. Vanaf het station wilden zo'n 5000 rechtse demonstranten en neonazi's een optocht door de stad houden.

Tegelijkertijd waren 2000 linkse actievoerders aanwezig voor een tegendemonstratie. Zij blokkeerden op verschillende punten in de stad de route van de rechtsextremisten. Ook gingen ruiten aan diggelen van een bus waarin neonazi's zaten.

De politie besloot om de mars door de stad te verbieden, omdat het de veiligheid niet kon garanderen. Ondertussen vormden zo'n 1500 mensen elders in de stad een menselijke keten tegen vreemdelingenhaat.

De gemeente Dresden wilde de rechtse bijeenkomst verbieden, maar een rechtbank in de deelstaat Saksen bepaalde dat een verbod in strijd was met de vrijheid van vergadering.

Vuurstormen Vandaag 65 jaar geleden voerden geallieerde vliegtuigen een allesvernietigend bombardement op Dresden uit. Bij dat bombardement en de daarop volgende vuurstormen kwamen 25.000 mensen om het leven.

Neonazi's vinden het bombardement een oorlogsmisdaad die in hun ogen bewijst dat in de Tweede Wereldoorlog niet alleen de nazi's verantwoordelijk waren voor gruwelijkheden.

Het bombardement was overigens ook in Londen omstreden omdat aan het militaire nut werd getwijfeld.

STER reclame