'Help ons nou God alsjeblieft'

tijd van publicatie Aangepast

Willemien Krul is in Haïti om werkzaamheden te verrichten voor de Mission Aviation Fellowship, een christelijke zendingsorganisatie. Ze werd overvallen door de aardbeving. De MAF heeft van haar de volgende brief gekregen uit het getroffen gebied in Haïti en stuurde die door via NOS Ooggetuige.

"Ik prik met een vork in mijn gehaktbal om te kijken of hij gaar is. Er verschijnt een glimlach op mijn gezicht, ik ben tevreden. Ik streef ernaar om mijn eten om 17.00 uur klaar te hebben en dat is gelukt.

De volgende minuten staan me niet helder voor de geest. Ik herinner me dat ik een zwaar geluid hoorde, alsof een zware vuilniswagen door de straat reed. Alles begon heel erg hard te schudden. Ik hoorde iemand schreeuwen en rende de keuken uit. Wat moest ik doen? Het schudden werd steeds erger en het huis begon hier en daar in te storten.

Waar is Jayden?, vroeg ik aan mijn man Jason, hij had de hele tijd met onze zoon in de woonkamer gezeten. Snel rende Jason terug richting de woonkamer om Jayden op te halen, hij verloor een paar keer zijn evenwicht door het hevige geschud. Ik was doodsbang. Uit lessen van school herinnerde ik me nog dat deurposten het veiligste zijn bij een aardbeving, dus snel ging ik in een de deuropening staan. Een seconde later had ik mijn zoontje Jayden in mijn armen. "Blijf in de deurpost staan", riep ik tegen Jason, terwijl ik mijn kind in mijn armen klemde.

Ik kan nauwelijks beschrijven hoe het voelt als een huis van beton en cement bezwijkt en instort onder je voeten. Wat kan een houten deurpost nog voor veiligheid betekenen als je huis afbrokkelt om je heen?

Jayden probeerde uit mijn armen te komen, maar ik verstevigde mijn grip. Na een paar minuten stonden we op. De lucht was gevuld met stof en het leek wel alsof we door een dikke mist moesten kijken.

Net wanneer ik de ravage wilde bekijken, kwam er weer een harde schok. En nog één. Dat je niet wist wat er ging gebeuren, was ondraaglijk. Ik was zo bang. Uiteindelijk verzamelde ik alle moed en keek ik de woonkamer in. Het was een chaos.

Bende Mijn computers waren omgevallen en schilderijen lagen verpletterd op de grond. Maar wat verontrustender was, zag ik aan de zijkant. Onze hele zijmuur is ingestort en overal was stof. In de keuken was het niet veel beter. De inhoud van mijn kasten lag op de grond. Overal lag glas, gebroken foto's en voedsel. Ik liep verder maar mijn benen wilden nauwelijks vooruit. Het voelde alsof de grond nog steeds trilde.

Buiten zat mijn buurvrouw Denise samen met haar kinderen op een binnenplaats. Ze zaten op een stuk karton. Denise was in shock. Ze huilde, jammerde en schreeuwde. Het leek wel alsof ze haar verstand was verloren. "Vanaf nu gaan mijn kinderen altijd naar de kerk. En ik ga al mijn geld schenken aan de kerk. Help ons nou God alsjeblieft!"

Ik had de indruk dat haar kinderen bang werden van haar geschreeuw dus ik probeerde haar te kalmeren. "Jezus hoeft je geld niet", zei ik uiteindelijk. "Hij wil je hart." Ze keek me even aan, maar knikte. Oh Jezus, bad ze. "Neem mijn hart, vergeef me."

Denise zat een tijdje stil met haar ogen dicht. Ze leek rustig. Uren bleven we op straat zitten, terwijl onze echtgenoten de buurt verkenden.

Zo nu en dan was er weer een naschok en iedere keer schrokken we ervan. Toen Jason terugkwam, vertelde hij ons over de rampen die hij gezien had. Gebroken muren, huizen zijn ingestort, auto's zijn verbrijzeld en stroomkabels liggen verspreid over de grond.

Proberen te slapen 's Avonds lagen we met zijn drieën op een eenpersoonsmatras op de grond. Het was krap, maar ik vond het belangrijk dat mijn zoontje dicht bij me lag. Hij viel in slaap. Nadat Jason en ik even gepraat hadden, deden ook wij onze ogen dicht.

Om tien over twaalf lag ik weer klaarwakker in bed. Nog geen tien minuten later begon het huis weer te schudden. "Ik ben bang", fluisterde Jason. "Ik ook", antwoordde ik. Even zag ik mijn reflectie in de spiegel en ik schrok. Mijn ogen waren wijd open gesperd. We konden niet meer slapen. Jayden was ook weer bij bewustzijn en vroeg zich af waar 'Thomas de trein' was. We waren gewoon te wakker.

Jason stond op om wat eten te maken voor ons; we hadden sinds de aardbeving geen hap meer door onze keel gekregen. Voordat we de lichten weer uitdeden, zag Jason een kakkerlak op de tafel. Hij ontsnapte en kroop via de tafelpoot naar beneden en schoot onder onze dekens. Maar ach, het maakt me niets uit. We hadden meer zorgen aan onze hoofden dan een kakkerlak in bed. Zouden we überhaupt de nacht overleven?

Verbinding verbroken Om 3.00 uur vielen we eindelijk weer in slaap. Om zes uur 's ochtends werden we opgeschrikt door Jason's telefoon. Een medewerker van MAF belde of we nog gaan vliegen vandaag. Maar voordat we de kans hadden om te antwoorden, werd de verbinding verbroken. Opgewonden pakte ik mijn telefoon, maar ik kon geen verbinding krijgen. Jason ook niet meer. Niets werkt meer. Geen oven, geen water, geen internet, geen gsms. Niets.

Wat moeten we nu doen? We proberen met wat vochtige doekjes een klein beetje de boel op te ruimen. Jennifer, een collega, komt iets later langs, en Jayden en ik lopen samen met haar naar een van de andere MAF-familie-huizen. De straten zijn een grote bende en iedereen is op zoek naar geliefden. In het Williams-huis kan ik verbinding maken met een satelliet-internetverbinding. Het voelt goed om weer met de rest van de wereld in contact te staan. Het internet is te traag om foto's te sturen, maar ik ben nu in ieder geval in staat om te vertellen wat er gebeurd is."

Lees de verhalen van Willemien Krul (in het Engels) op haar weblog.

STER Reclame