Rapport: topsportklimaat achteruit

Waterpoloërs kunnen vaak pas laat in het zwembad terecht
Waterpoloërs kunnen vaak pas laat in het zwembad terecht Foto: NOS

Het topsportklimaat in Nederland gaat achteruit vergeleken met andere landen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Utrecht in opdracht van sportkoepel NOC*NSF en het ministerie van VWS.

Voor het onderzoek is gesproken met een groot aantal topsporters, topcoaches en technisch directeuren.

Toppers klagen vooral over de begeleiding. Atleten willen ondersteund worden door de beste mensen, maar veel van hen vinden dat ze daar nu te weinig ruimte voor krijgen.

Vaker trainen

Zo kunnen topsporters vaak niet zelf hun coach of fysiotherapeut kiezen. Sporters moeten vaak in gevecht met de sportbonden als ze een eigen begeleider willen, bijvoorbeeld uit het buitenland.

Ook willen ze vaker kunnen trainen. Zwemmers en schaatsers hebben bij het trainen bijvoorbeeld vaak last van recreanten, waterpoloërs kunnen vaak pas 's avonds laat in de zwembaden terecht.

Verder vinden sporters en coaches dat er veel meer gebruik moet worden gemaakt van de wetenschap. In Nederland is geen instituut voor Sport en Wetenschap. Nederland loopt in dat opzicht achter bij landen als Australië, Duitsland en Groot-Brittannië.

Het rapport Topsportbeleid is vandaag in Londen aangeboden aan minister Schippers van Sport en aan NOC*NSF.