NOSop3

Hoe bepaal je of iets discriminerend is of niet?

NOS
Geschreven door
Fleur de Weerd
Redacteur NOS op 3

"Heeft de apenheul een nieuw park geopend?"

"Het slavernijverleden zou herdacht moeten worden als Hollands Glorie."

"Ligt de boot al klaar in Amsterdam? Kunnen ze gelijk terug."

Zo ongeveer klonken de commentaren op sociale media tijdens de tv-uitzending over de slavernijherdenking eerder deze maand. De Amsterdamse politie gaat nu onderzoeken of personen die zulke opmerkingen plaatsten hiervoor vervolgd kunnen worden.

Dat discriminatie niet mag in Nederland, weten we. Maar tegelijkertijd wordt niet iedereen vervolgd die iets discriminerends zegt of twittert. Want volgens het Openbaar Ministerie "is de vrijheid van meningsuiting een groot goed in onze democratische samenleving" en "kunnen en mogen uitingen anderen krenken, shockeren of storen".

Toch zijn er ook grenzen, bleek uit de zaak tegen 22 mensen die Sylvana Simons bedreigden of beledigden. Zij kregen werkstraffen en geldboetes.

Maar waar liggen de grenzen dan? Hoe bepalen het OM en rechters eigenlijk of en hoe discriminerend een opmerking is?

ANP

In artikel 137c t/m 137e van het Wetboek van Strafrecht staat dat burgers zich niet beledigend uit mogen laten of mogen oproepen tot haat of geweld tegen een groep mensen wegens hun ras, godsdienst, levensovertuiging, geaardheid of handicap. Ook mogen Nederlandse burgers geen uitlating openbaar maken of verspreiden van iemand die het bovenstaande doet.

In principe bepaalt het Openbaar Ministerie in Nederland of iemand voor discriminatie vervolgd wordt. Burgers kunnen vervolging ook afdwingen, met een zogenoemde artikel 12-procedure. De rechter beoordeelt uiteindelijk of er sprake is van discriminatie en wat de straf wordt.

Discrimineren is verboden, maar over de details - wanneer je precies strafbaar bent en wanneer niet - staat in de wet (zie kader hierboven) niets geschreven. Het is afhankelijk van verschillende verhardende en verzachtende factoren, leggen strafrechtadvocaten Nihad El Farougui van Plasman Advocaten en Emile van Reydt van Spong Advocaten uit.

NOS/ Emile van Reydt

Ten eerste: hoe kwetsend is een uitspraak ('grievendheid' in juridische jargon). Van Reydt: "Hoe grof zijn de uitspraken en hoe dreigend zijn ze voor de persoon aan wie ze gericht zijn? Sylvana Simons werd hangend aan een boom afgebeeld. Dat is behoorlijk bedreigend te noemen. Dat is indringender dan een algemene discriminerende opmerking over een groep op basis van huidskleur."

"Het gaat vooral om het aantasten van de eigenwaarde van een mens of het openlijk in diskrediet brengen van een bepaalde groep mensen. Dat komt neer op aantasting van de eer en goede naam van die groep", voegt El Farougui toe, verwijzend naar een uitspraak van een rechter.

NOS/ Nihad El Farougui

Dan de context. "Hoe verstorend is een uiting? Is het een inbreuk op de openbare orde? In het geval van de slavernijherdenking kan ik me indenken dat schreeuwen tijdens de herdenking als meer verstorend wordt ervaren dan een opmerking onder de Facebook-live van de NOS", zegt Van Reydt.

"Ook van belang is of een uiting onderdeel is van een reeks", zegt hij. "Is het een opmerking van een verdwaald individu of is het een hele groep die zulke dingen zegt? Dat laatste weegt zwaarder omdat het totaalbeeld - vooral als mensen elkaar opjutten - daardoor veel grievender is en naar haatzaaien neigt. "

Discriminatie is discriminatie, ongeacht het aantal aangiftes.

Nihad El Farougui

"Is er onrust en hoeveel mensen doen er aangifte? Welke impact heeft het op de gemeenschap?" vraagt Van Reydt. "Voor de wet maakt dit eigenlijk niet uit: discriminatie is discriminatie, ongeacht het aantal aangiftes", zegt El Farougui. "Maar voor een besluit van het OM om te vervolgen en voor de rechter om het te laten meewegen in de strafmaat kan dit meespelen."

Ten slotte is er de achtergrond van de persoon die de uitingen doet. Valt zijn beroep onder de kunsten - is hij bijvoorbeeld cabaretier of cartoonist - dan heeft hij meestal meer vrijheid van expressie dan een gemiddelde burger. Ook politici en journalisten kunnen meestal verder gaan, omdat hun uitingen volgens de rechter bijdragen aan het maatschappelijk debat.

Er zijn grenzen

Maar, dat betekent niet dat zij alles maar kunnen zeggen. De omstreden Franse cabaretier Dieudonné werd door de rechter op de vingers getikt: "Het 'lollig' verpakken van antisemitisme valt niet onder vrijheid van meningsuiting en wordt dus gewoon als discriminerend gezien", zegt Van Reydt.

En ook wat politici en journalisten betreft zijn Openbaar Ministerie en de rechters steeds strenger. Dat zie je bijvoorbeeld aan de uitspraken in de zaak-Wilders en de zaak-Delano Felter - de lokale politicus die homo's beledigde - zegt Van Reydt. "De vrijheid van meningsuiting van politici en journalisten is wel degelijk begrensd. Juist ook omdat hun uitingen zo'n grote impact hebben." "En een groot bereik hebben", voegt El Farogui toe.