NOSop3

'Jongeren herkennen geen nepnieuws en dat is gevaarlijk'

EPA

Weet jij direct echt nieuws van nepnieuws te onderscheiden? Misschien niet. 

Jongeren kunnen wel met internet zijn opgegroeid, het verschil tussen zin en onzin op het internet herkennen ze slecht. Dat blijkt uit onderzoek van de universiteit Stanford onder Amerikaanse scholieren. En ook in Nederland is het een groot probleem, zeggen Nederlandse onderzoekers.

Stanford University deed onderzoek onder 7804 middelbare scholieren en studenten. In één test zag 82 procent van de ondervraagden het verschil niet tussen een echt nieuwsbericht en een advertorial.  In een andere test kon driekwart een tweet van Fox News niet van een tweet van een nepnieuwssite onderscheiden. 

Een belangrijk onderzoek, volgens hoogleraar mediagebruik Elly Konijn van de VU. "Het onderdeel van de hersenen dat reflecteert op het waarheidsgehalte van een bericht - de prefrontale cortex - is bij jongeren nog in ontwikkeling. Ze weten wel dat er nepnieuws bestaat, maar ze kunnen het niet zelf goed inschatten."

Mediawijsheid

Er bestaan veel misverstanden over mediawijsheid bij jongeren, zegt ook lector nieuwe media Geert Lovink van de HvA. "Jongeren kunnen goed multitasken: meerdere schermen en toestellen naast elkaar gebruiken. De oudere generatie is daar wel eens jaloers op. Maar dit zegt natuurlijk niets over de manier waarop ze de berichten interpreteren."

Konijn deed onderzoek naar de invloed van emotie op het inschatten van geloofwaardigheid van media. Daaruit bleek dat mensen van alle leeftijden zich vaak laten sturen door hun emoties om te bepalen of ze iets geloven. "Zelfs als ze weten dat een realityserie nep is, kunnen ze het als echt ervaren als ze er bepaalde emoties bij voelen." En wederom: "Jongeren bleken daar gevoeliger voor dan volwassenen."

Maar lost dit zichzelf niet gewoon op als ze ouder worden? "Deels", zegt Konijn, "maar ervaringen laten wel hun sporen na." Als jij tussen je 12e en 18e veel nepnieuws hebt gelezen en voor waar hebt aangenomen, geloof je dat op je 30ste waarschijnlijk nog, zegt ze. "Het kost veel moeite om dit soort informatie te ontkrachten. Het is voor veel mensen makkelijker om het zo te laten."

Lovink is minder stellig. Volgens hem is het nog niet bewezen dat jongeren er per se slechter in zijn dan volwassenen. "Stanford heeft alleen scholieren onderzocht en niet verschillende leeftijdsgroepen naast elkaar." Hij spreekt liever van een maatschappelijk probleem.

"Grenzen tussen nieuws, nepnieuws en advertenties lijken steeds meer te vervagen. Bijvoorbeeld bij resultaten van zoekmachines: je moet wel heel ingewijd zijn om die drie van elkaar te kunnen onderscheiden. Bij de Amerikaanse verkiezingen is naar voren gekomen wat de impact hiervan kan zijn." 

Nepartikel op de website ConservativeState, gemaakt door iemand uit Macedonië Screenshot

Les in nepnieuws

En hoe los je dat dan op? Daar zijn beide wetenschappers het wel over eens: via onderwijs. "Het is heel belangrijk om kinderen en jongeren voortijdig vaardigheden aan te leren om met media om te gaan en te beoordelen wat wel en niet klopt", zegt Konijn. "Op dit moment wordt dit niet structureel opgepakt. Het wordt aan initiatieven en ouders overgelaten."

"Als je er iets aan wil doen, moet je op de basisschool al beginnen", zegt  Lovink. Hij pleit naast vaardigheidstraining ook voor meer technisch onderwijs. Jongeren zijn nu overgeleverd aan Facebook en Google om aan nieuws te komen. "Leer ze programmeren en zelf nieuws maken, dan worden ze minder afhankelijk en mondiger", denkt hij.

Daar pleitte Mary Berkhout van Mediawijzer.net eerder ook al voor in de Volkskrant: volgens haar moet het een verplicht vak worden op school. "Nederland is één van de weinige West-Europese landen waar les in mediawijsheid niet expliciet in het onderwijs is opgenomen. Dat is een gemiste kans."