NOSop3

'Epo helpt niet beter dan een kopje thee met suiker'

Aangepast op
EPA

Als je de Tour de France wilt winnen, zal epo of bloeddoping je daarbij niet helpen. Tot die opmerkelijke conclusie komt sportpsycholoog Bram Brouwer, die voor zijn proefschrift allerlei wetenschappelijke onderzoeken bekeek.

"Áls epo wat zou doen, verslechtert het juist de prestaties", zegt Brouwer. Het zit volgens hem zo: normaal gebruiken mensen met ernstige bloedarmoede epo om het tekort aan rode bloedcellen te verbeteren. Bij hen zie je dan ook onmiddellijk verbetering. 

Gezonde mensen gaan door epo ook meer bloedlichamen aanmaken, waardoor het bloed meer zuurstof bevat. "Maar het bloed wordt ook dikker, waardoor het veel moeilijker kan circuleren", zegt Brouwer. "Het gevolg is dat er minder zuurstof door het lichaam getransporteerd wordt. Dat is dus precies het tegenovergestelde van wat je van epo verwacht."

Bram Brouwer over zijn onderzoek

Volgens Brouwer werken en bloeddoping helemaal niet bij topsporters. Verslaggever Arno Leblanc ging bij hem langs.

Brouwer bekeek de studies die een effect van epo constateerden. Maar de gevonden resultaten zijn volgens hem te mager. "De studies zijn statistisch nogal zwak en de effecten verschrikkelijk klein, terwijl je bij wielrennen op topniveau voor een klein beetje harder fietsen veel meer vermogen nodig hebt", licht Brouwer toe. 

Eerder kwam professor Adam Cohen van de Universiteit Leiden tot deze conclusie.  

De renners in actie op de 18de etappe van Gap naar Saint-Jean-de-Maurienne EPA

Ook concludeerde Brouwer dat wielrenners de afgelopen decennia helemaal niet sneller zijn gaan fietsen, in tegenstelling tot wat vaak gezegd wordt. "Als je naar de variabelen kijkt - zo zijn bijvoorbeeld de etappes in de Tour korter geworden en daardoor minder zwaar - zie je dat wielrenners sinds 1990, toen epo in het peloton kwam, niet harder zijn gaan fietsen. Integendeel, de ontwikkeling in de wielerprestaties is trager dan in de jaren 80, toen epo er nog niet was."

Waarom doping?

De grote vraag is natuurlijk: waarom gebruikte heel wielrenland dan epo en/of bloeddoping? "Ik weet het niet", is het antwoord van Brouwer. "Ik vermoed dat ze dachten dat het werkte. Als je denkt dat het werkt, dan werkt het." Het placebo-effect dus.

Lance Armstrong gaf in 2013 toe dat hij onder meer epo en bloeddoping had gebruikt ANP

Sportarts Berend Nikkels, die ook onderzoek deed naar de effecten van epo, zet grote vraagtekens bij de conclusies van Brouwer. "Profwielrennen is zo'n beetje de zwaarste sport ter wereld en renners hebben weinig kans om te herstellen. Het is heel kort door de bocht om te zeggen dat epo geen enkel effect heeft op prestaties in de duursport." 

Volgens Nikkels is nog niet alles bekend over de effecten van de doping, maar zijn ze er wel degelijk. "Het verhoogt de transport van zuurstof, daarnaast heeft het ook effecten op spieren en op zuurstofgevoelige weefsels in het lichaam, zoals de hersenen, de hartspier en de nieren", zegt Nikkels. "Het netto effect is een prestatiebevordering." Volgens hem helpt ook een klein effect de wielerprestaties flink te verbeteren. 

Het peloton met Tony Martin in de gele trui tijdens de vijfde etappe ANP Pro Shots

Brouwer geeft toe dat epo en bloeddoping effecten kunnen hebben die we nog niet kennen. Maar tot nu toe is er dus voor geen van die effecten ook daadwerkelijk wetenschappelijk bewijs. 

Als het aan hem ligt, hadden Michael Boogerd, Lance Armstrong en Floyd Landis dus gewoon van de doping kunnen afblijven. "Ik denk dat ze net zo goed koude thee met een beetje suiker kunnen gebruiken. Dat was misschien zelfs wel gunstiger geweest."